Blog

Eind 2009 ben ik begonnen met het schrijven van een blog. Begin 2012 was de inspiratiepijp blijkbaar leeg, want toen stokte de verhalenvoorraad. Om die blogs niet helemaal in de vergetelheid te laten geraken plaats ik ze hier allemaal nog een keer. Er zaten, al zeg ik het zelf, best een paar aardige tussen. Stukje bij beetje, want het kost uiteraard tijd.
Het is mogelijk dat een aantal genoemde links niet meer werken. De tijd staat tenslotte niet stil. Het zij zo. Ik hoop dat de lezer(es) enig plezier zal kunnen beleven aan mijn schrijfsels.

14-03-10

Het probleem van Nederland

verbied20geert20wildersWat moet het heerlijk zijn voor Wouter Bos, Agnes Kant en Camiel Eurlings om rustig van hun zondagochtendontbijt te kunnen genieten zonder zich het hoofd te hoeven breken over hoe ze Geert Wilders deze week weer moeten tegenstreven. Ik geloof best wel dat ze meer tijd aan hun gezin willen besteden, maar ze zullen het ongetwijfeld een prettige bijkomstigheid vinden dat ze niet meer dagelijks met die pseudopoliticus te maken hoeven hebben. Wilders maakt het bonter en bonter. De manier waarop hij zich manifesteert in Londen, zichzelf al de rol toebedeelt van nieuwe minister-president van Nederland, en passant de Turkse premier een freak, Mohammed een barbaar, massamoordenaar en pedofiel, en de Turkse leiders een stelletje gestoorden noemt, getuigt niet van een diepgaand inzicht noch van enige flexibiliteit. Cohen noemt hij een multicultiproblemenknuffelaar, op wie niemand zit te wachten (peilingen wijzen gelukkig anders uit, realiteitszin is evenmin Wilders’ beste eigenschap), Wilders’ volgelingen schreeuwen dat ze de politiek wel eens ‘helemaal gek zullen maken’, alsof dat het hoogste doel is om dit land regeerbaar te houden.

Ik bewonder de mensen die het uithoudingsvermogen hebben om deze kwast verweer te bieden. Wilders verwijt de regering dat de problemen in Nederland niet worden aangepakt. Hij ziet betreurenswaardig genoeg niet in dat hijzelf het probleem is. Hij verliest zich in oneliners: ‘In Nederland kan de vlag uit’, ‘knettergek’, ‘tsunami van islamisering’. Wilders neemt daarbij zelden de moeite zijn standpunt met argumenten te onderbouwen. Veel geschreeuw, weinig wol. En half Nederland trapt erin.

Ik wacht met spanning de uitspraak van de rechter af. Wat mij betreft mag die uitspraak luiden dat G. W. te V. niet meer gerechtigd is politiek te bedrijven. Het is misschien grondwettelijk verboden, maar aangezien G.W. het zelf ook niet zo nauw neemt met die grondwet, knijp ik hier een oogje dicht.

Mocht het op die manier niet lukken, dan stel ik voor om 9 juni de stembiljetten te voorzien van een extra mogelijkheid om een ‘tegenkeurstem’ uit te brengen. Op Wilders, wel te verstaan.

04-03-10

Partij voor de dieren

dierenEn nu maar hopen dat drie maanden genoeg is voor de PVV om te bewijzen dat ze er een zootje van maken en dat ze heel Nederland tegen zich in het harnas jagen. Indertijd is dat de LPF ook goed gelukt. Daarna gelukkig nooit meer iets van ze vernomen.

Anderhalve week geleden las ik een uit mijn hart gegrepen stemadvies van Roos Vonk, hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Het had als titel: Niet het primitieve ‘eigen soort eerst’. Ze betoogt dat je kunt zien aan de manier waarop mensen met lager geplaatsten en personen met minder status omgaan, hoe mensen echt zijn. Respectvol omgaan met de baas kunnen we allemaal wel, maar een underdog respectvol behandelen toont je ware aard.

Ze bedoelt (neem ik zo aan) kwetsbare en machteloze groepen: in vroeger tijden waren dat slaven, vrouwen en kinderen, tegenwoordig zijn dat de buitenlanders en andere mensen die niet ‘tot onze soort’ behoren. (Gisteren was er een aflevering van Little House on the Prairie op televisie waarin de vreselijke Harriet Oleson het leven van de ‘little man’ Lou Bates onmogelijk maakt. ‘Die man is een gedrocht! He is not one of us! I don’t trust him! Een mooie uitvergroting van het hedendaagse integratieprobleem.)

Roos Vonk gaat nog een stapje verder. Ze wil het opnemen voor een andere groep machtelozen: de dieren. Ze heeft geen goed woord over voor ’s mens motto: Erst das Fressen, dan die Moral. Ze is ervan overtuigd ‘dat er ooit een tijd komt waarin we met afgrijzen terugkijken naar de huidige bio-industrie, zoals we nu kijken naar slavernij en kinderarbeid. Dat daar een eind aan kwam, vond men destijds vast ook heel onhandig en economisch nadelig. Maar beschaving en moraal betekent nu juist dat je trouw bent aan waarden die je eigenbelang te boven gaan, ook als het niet goed uitkomt.’

Ik kan eigenlijk niet beter verwoorden dan Roos Vonk het doet en daarom neem ik haar conclusie integraal over, op het gevaar af dat ik de auteursrechtregels overtreed:
‘Stemmen voor de dieren gaat dan ook over veel meer dan alleen over dierenwelzijn. Het gaat over verder kijken dan je neus lang is; niet alleen ‘wat is goed voor mij’, niet dat primitieve ‘eigen soort eerst’. Wij zijn een soort die over de wereld heen dendert alsof alle andere dieren er zijn voor ons nut: om in veefabrieken voedsel van te maken, ter vermaak om kunstjes te doen, om cosmetica op te testen, om eenzaam in een hokje te zetten en incidenteel eruit te halen als het ons blieft. Zonder enig oog voor de eigen behoeftes van dieren, en de ontwapenende eigenaardigheden die ze laten zien als je ze de kans geeft. Zo hebben varkens 29 verschillende geluiden om hun gevoelens te uiten. In onze vee-industrie hoor je er maar één.
We hebben alles, en we blijven ons gedragen als de grote uitvreters van de aarde. Volstrekt ongevoelig voor het weerloze en kwetsbare. Alleen een principieel beschavingsoffensief is daartegen opgewassen.’

Ik weet alleen niet zo goed wat ik moet denken over PVV’er en dierenleedbestrijder Dion Graus. Het een lijkt in tegenspraak met het andere, maar als je de op YouTube circulerende filmpjes moet geloven, hebben we ook hier te maken met een gevaarlijke ‘PVV-mafkees’:
http://www.youtube.com/watch?v=0Ua_E3O1J4Q

Vanavond weer een heerlijke vegetarische stoofpot.

http://www.partijvoordedieren.nl/

24-02-10

Wissel

vingerwijzingWat zullen ze balen bij het reclamebureau dat de paginagrote advertentie ‘… feliciteert Sven met zijn tweede gouden medaille’ klaar had liggen. Niet sventastisch, niet Sven The Man, maar Sven de svlemiel. Geen goud voor Kramer, wel een loden medaille voor Gerard Kemkers, die met stip bovenaan komt te staan in de nieuw op te richten rubriek ‘black-out van de week’. Na de val van Annette en Peter Jan is de val van Gerard misschien nu ook aanstaande. Vijf jaar keihard werken met één vingerwijzing teniet gedaan. Mart Smeets mag dan laconiek stellen dat de wereld gewoon doordraait, maar voor Kramer en Kemkers stond hij echt even stil. De verkeerde wissel van Jan Bols (1971) wordt vanaf nu overvleugeld door die van Sven. Ook Hilbert van der Duim die een rondje te vroeg stopte (zie onderstaande link) en daarmee zijn wereldtitel verspeelde (1983) zal wellicht uit het collectieve geheugen verdwijnen en plaats moeten maken voor de blunder van Kemkers.

Want Kemkers is de boosdoener. Hij gaf het later zelf toe. Hij was schijnbaar zo druk bezig met schrijven dat Sven bijna drie seconden voorsprong had op Lee dat hij geen overzicht had over de wissels en de fout inging. Aanvankelijk dacht ik dat er misschien een misverstand aan het incident ten grondslag lag. Zoiets als: je gaat winnen! (Kramer verstaat ‘je moet naar binnen!) of ‘nu moet je beginnen! of (nog verwarrender) ‘de buit is binnen!’
Misschien moeten ze met elkaar afspreken dat Gerard alleen maar zinnen met aa en oe mag gebruiken. Makkelijk zat. Gaat Goeoed! Houd Moeoed! Haasten! SPOED!! Of – ook mooi – alleen maar applaudiseren zoals de coach van Sablikova.

Petje af voor de manier waarop Sven Kramer na afloop voor de camera’s reageerde. Waar iedereen verwacht had dat hij het hele stadion kort en klein zou slaan, stond hij (wel als in shock) de pers zeer ingetogen te woord, vertelde dat het zwaar kut was, maar dat iedereen fouten maakte.

Misschien moet de ISU zich maar weer eens buigen over de regels. Op verkeerd wisselen bijvoorbeeld een straf van vijf seconden geven in plaats van diskwalificeren. Hoewel Sven Kramer weer vier jaar moet wachten voordat hij zich weer Olympisch op de tien kilometer kan bewijzen, hoeft hij dat wat mij betreft niet te doen. Het is misschien een schrale troost, maar hij is en blijft gewoon de sterkste op deze afstand, daar heeft hij geen Olympische medaille voor nodig.
Laten we de ploegenachtervolging maar afwachten; daar zijn in ieder geval geen wisselproblemen mogelijk.

En het reclamebureau kan misschien zijn pijlen richten op een ‘Even Apeldoorn Bellen’-campagne met Kemkers in de hoofdrol.

http://www.sportkroniek.nl/sporthistorie1/810125_vdduim.html

20-02-10

Vijfsterrenrestaurant

achtertuin_in_winterIk vind het niet zo heel erg dat aan de winter een eind begint te komen. Het is wel mooi geweest. Twee en een halve maand niet tennissen of voetballen maakt stram en lui. De decemberkilo’s zijn er nog niet af (de vraag is of dat nog gaat lukken) en het zomerbruin is verbleekt, wat ook niet bevorderlijk is voor het zelfvertrouwen. Lange dagen op de bureaustoel en, nu de hond er niet meer is, ook al geen verplichte dagelijkse wandelingen meer. Kortom, er moet weer wat gebeuren.

Wat wel jammer is, dat er met de winter waarschijnlijk ook een eind komt aan het frequent bezochte vijfsterrenrestaurant in onze achtertuin. Nog niet eerder hebben we zoveel verschillende gasten aan tafel gehad. Ik herinner me dat ik in de derde klas elk jaar in de winter een biologieles moest geven (les 4, ‘biologie in onderwerp en opdracht’) over de kramsvogel. Ik had toen ik daar voor het eerst over las, nog nooit van een kramsvogel gehoord, laat staan dat ik er ooit een gezien had. Deze winter is er op een ochtend een grote groep in de achtertuin neergestreken om zich tegoed te doen aan al de uitgestalde lekkernijen. En hoewel een kramsvogel niet de mooiste vogel van ons land is, vonden G. en ik het toch heel speciaal om ze in onze tuin hun bivak op te zien slaan (al was het maar voor een uurtje).

goudvinkWe werden bijna een beetje blasé van al de pimpel-, kool- en staartmezen, alle vinken, groenlingen, merels, mussen, roodborsten en duiven die elke ochtend weer terugkeerden naar de pinda’s , zaden en vetbollen, toen er vorige week ineens drie oranje vuurballetjes in een van de bomen zaten. Vanuit de verte leken het roodborstjes, maar na bestudering met de verrekijker en vergelijking met het vogelboek kwamen we tot de conclusie dat dit goudvinken moesten zijn. Wederom een primeur.

nestkastinspectieTegelijkertijd zagen we dat er alweer nestkastinspectie plaatsvond en dat de ingangen van die kasten met de snavels werden verbreed. En toen we ’s middags tijdens een wandeling door het bos ook nog eens tussen de kale takken een hevig hakkende specht ontwaarden, kon onze dag niet meer stuk.

Ach, het zijn misschien kleine dingen – de val van het kabinet is een stuk belangwekkender – maar dit soort belevenissen geven de dag kleur, en dat is na zoveel grijs en wit een welkome afwisseling.

14-02-10

Vloeken

sven kramerHet laat zich gemakkelijk raden hoe hij gereageerd zou hebben als hem op het laatste moment de Olympische titel op de 5000 meter zou zijn ontfutseld. We hebben waarschijnlijk allemaal nog een hevig vloekende, schaatsen smijtende Kramer op ons netvlies, toen Fabris hem zo’n drie jaar terug zijn wereldrecord afsnoepte (dat Sven overigens na zes dagen weer op heroïsche wijze terugpakte). Want zo stoïcijns als hij zijn interviews geeft na de zoveelste overwinning, zo woedend is hij als hij iets wat hem toekomt, niet krijgt. En dan zou de ergste vloek niet toereikend geweest zijn.
Het idee van een verliezende Kramer, in combinatie met een mail die ik vanochtend kreeg, heeft mij doen googelen op het zoekwoord ‘vloeken’. Het leverde een paar aardige artikelen op, die weliswaar niet erg recent zijn, maar toch nog wel enige amusementswaarde hebben.

Eerst de e-mail van vanochtend. Die had als titel ‘when it’s ok to use the F word’ en was vergezeld door een aantal foto’s (zie onder deze column). Bij het bekijken van die foto’s kun je je inderdaad voorstellen dat er enige krachttermen de wereld in zijn geslingerd. Ik heb, eerlijk gezegd, zelf ook wel moeite om niet in vloeken uit te barsten, als ik op de paal schiet in plaats van in de goal (meestal roep ik dan zoiets als ‘shoot’ of ‘godfried bomans’, want ik probeer mijn eigen gedrag wel steeds te in de hand te houden). Als ik echter een hete pan met eten uit mijn handen laat vallen – dan noem ik het ‘uit mijn poten laat flikkeren’ – zal mij een hartgrondig gvd uit de mond ontsnappen. Ook de spreekwoordelijke spijker die op zijn kop getikt wordt, met de spijker bedoel ik natuurlijk mijn duim, zal met een joekel van een vloek gepaard gaan.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat vloeken zin heeft. Ik citeer de column van Floris Blom (3-3-2008): ‘Ze zijn een uitlaatklep voor frustraties, ze leiden tot vermindering van spanningen en ze hebben een gunstig effect op de ervaren werkdruk. Ook legt de vloekende collega mogelijke conflictstof bloot. Dat kan juist verbetering van de sfeer op het werk en de samenwerking tussen collega’s tot gevolg hebben.’ Eerlijk gezegd heb ik hier mijn twijfels over.

Verder zoekend kom ik tot een aantal ‘smakelijker’ details. In het artikel ‘Vloekende mens vindt alles maar shit en fuck’ (20-2-2008) stelt Piet van Sterkenburg, hoogleraar lexicografie, dat vloeken niet meer is wat het is geweest en dat Engelse termen meer de overhand krijgen in het Nederlandse vloeken. Verder maakt de onderzoeker een onderscheid tussen Nederlanders, die elkaar vooral de kanker, de pest, aids en tering toewensen, en de Vlamingen die als het om vloeken gaat de voorkeur hebben voor genitaliën en fecaliën: krijg de schijt, kust mijn kloten.
Ook de stapelvloek ‘godverdommemiljardennondeju’, de grote broer van duizend bommen en granaten, doet het goed bij onze zuiderburen. Van Sterkenburg onthult ook nog zijn favoriete vloek: ‘Krijg een zweer aan je jongeheer’. Inderdaad zeer poëtisch.

Nu de foto’s. De mail had geen begeleidende tekst. Ook niet nodig. De beelden spreken voor zich.

vloeken01 vloeken12 vloeken11 vloeken10 vloeken09 vloeken08 vloeken07 vloeken06 vloeken05 vloeken04 vloeken03 vloeken02

12-02-10

Sandra

sandra_bullock1Het is de oplettende lezer van deze columns misschien opgevallen dat er sinds een paar dagen advertenties in de rechterkolom staan. De weblogaanbieder geeft me namelijk de kans om mijn blog te gelde te maken, zoals dat zo mooi heet. Google Adsense struint mijn weblogs af en zoekt vervolgens naar advertenties die op die inhoud aansluiten. We hebben hier te maken met een zelfdenkend zoekprogramma! Oppassen geblazen dus. De inkt van het stukje over snorren was nog niet droog of er stond al een advertentie voor oplossingen bij haaruitval. En mijn tirade tegen vuurwerk leverde juist een advertentie op van het grootste en goedkoopste vuurwerkbedrijf van Nederland. Mooie boel!

Gelukkig heeft het nog geen stuiver opgeleverd. Want dat staat in het contract dat ik heb moeten ‘tekenen’ (eigenlijk het aanvinken van een hokje). Ik mag zelf niet op de advertenties klikken en ik mag mijn bezoekers ook niet aansporen om dat te doen, want dat zou niet eerlijk zijn. Klinkt heel logisch en ik ben het er ook volledig mee eens. Dus: niet (!) op de advertenties klikken (tenzij u dat spontaan gedaan zou hebben als ik u niet op de mogelijkheid had gewezen).

Nu ben ik een van de vele mensen die nooit algemene voorwaarden lezen, dus ik weet niet zeker of dit ‘slapende honden wakker maken’ helemaal reglementair is. Vermoedelijk word ik toch niet rijk van deze actie. Jammer, want ik kan nog wel het een en ander gebruiken. Het aantal sokken zonder gaten wordt elke dag minder. Ik spoel mijn lenzen al een paar weken af met gewoon leidingwater. Van halfvolle ben ik op magere melk overgestapt. En de inktvlekken op m’n achterwerk zijn niet afkomstig van toiletpapier. Gelukkig worden de wekelijkse infobladen gratis verspreid.

Ik ben reuze benieuwd wat voor een advertenties bovenstaande onzin genereert. Ook de droom van afgelopen nacht, waarin ik Sandra Bullock moest uitleggen wat html-pagina’s zijn en wat het mooie is van extensies die na bestandsnamen moeten worden ingevuld (volgt u het nog?), zal vast een aardige mix van reclame opleveren. Ik moet vooral niet melden dat Sandra naast de html-cursus ook nog een andere rol vervulde, want voordat je het weet staan er links naar celebritypagina’s met veel bloot op mijn respectabel bedoelde weblog. Aan de andere kant, de kans dat daar op wordt geklikt is weer wel wat groter, dus dat kan het een en ander opleveren. Ik zie mijzelf aan het eind van de maand wel een aardig laptopje aanschaffen.

Sandra´s website

10-02-10

Hun  hebben een grotere als hun

Attilla_150breedGisterenavond (9-2-2010) vond er tijdens de uitzending van De Wereld Draait Door een zeer vinnige discussie plaats tussen Helen de Hoop, hoogleraar taalkunde, en Ronald Plasterk, minister van onderwijs. Het gespreksonderwerp betrof de vraag of ‘hun hebben’ niet gewoon geaccepteerd zou moeten worden als correct Nederlands. Zoals vaak gewoon is in De Wereld Draait Door kregen de gasten nauwelijks de tijd om uit te praten, en mevrouw De Hoop werd allengs zichtbaar geïrriteerder omdat ze haar ei niet kwijt kon. Ze popelde om uit te leggen waarom ‘hun hebben’ zo populair is geworden, maar vond dat ze daar te weinig gelegenheid voor kreeg. Wanhopig handen wapperend en wenkbrauwen fronsend leek ze zowel Matthijs van Nieuwkerk als Ronald Plasterk te willen aanvliegen en een langzame wurgdood te laten sterven.

Ik ken dat gevoel van machteloosheid wel. Als mensen je niet begrijpen en niet naar je willen luisteren, terwijl je voor 100% zeker weet, dat je valide argumenten hebt, is dat tranentrekkend frustrerend. Ik had erg met haar te doen, temeer omdat ze heel erg op een goede vriendin van vroeger lijkt, maar dit terzijde.

Plasterk betoogde dat iedereen vrij is om te zeggen wat hij zegt – en daar hoort ‘hun hebben’ ook bij – maar hij vindt wel dat het gewoon fout is en dat dat ook zo moet blijven, punt uit. Er is volgens hem al voldoende onenigheid op het gebied van de Nederlandse spelling ( “ja maar, het gáát hier niet om spelling”, riep De Hoop dan weer) en nog meer verwarring zaaien is niet wenselijk. Hij was wel ontvankelijk voor het argument van mevrouw De Hoop. De taalwetenschappers hadden ontdekt dat het woord ‘hun’ altijd betrekking heeft op personen en dat het gebruik dus heel nuttig kan zijn om juist verwarring te voorkomen. Met ‘kijk hun eens’ bedoel je mensen en geen auto’s. Als ‘hun’ aan de kapstok hangen, bedoel je, hoe onrealistisch ook, mensen en niet jassen.

Ondanks het feit dat de redenering van Helen de Hoop steek houdt, neig ik toch meer naar de mening van Ronald Plasterk. Taalvervuiling is natuurlijk een zeer abstract begrip, maar ik denk dat het verder gaat. Je zou zelfs van een soort principekwestie kunnen spreken. ‘Als de meerderheid het doet, zal het wel goed zijn en moet het dus toegelaten worden’, dat dooddoenerige idee. Iedereen rijdt 140 km, dus laten we de snelheidsregels maar aanpassen. Iedereen rijdt met z’n fiets door rood licht heen, dus laten we dat ook maar oogluikend toestaan. Steeds meer mensen schrijven ‘het gebeurd’ in plaats van ‘het gebeurt’, dus waarom zou je dat nog fout rekenen?

Er zitten uiteraard nog meer onvoorziene adders onder het gras. Als ‘hun hebben’ correct Nederlands is, zal ‘hun heeft ‘ binnen de kortste keren ook bestaansrecht hebben. Dan volgt hun hebt, hun hadt en hun haft. Hoe lang duurt het dan nog voordat ‘hen lopen’ zijn intrede doet? Ik word al duizelig als ik eraan denk. Steeds minder mensen gebruiken interpunctie en hoofdletters. Ook maar toestaan, ook al snap je geen barst meer van wat er geschreven wordt? En wat dacht je van al die spellingscorrectieprogramma’s die aangepast moeten worden?

Nee, gewoon kort door de bocht en resoluut, Ronald, helemaal mee eens. Over our dead bodies. Wat mij betreft is het gewoon lelijk, en aan lelijkheid wil ik niet wennen.

DWDD: Het gesprek tussen Helen de Hoop en Ronald Plasterk

07-02-10

Columns schrijven

andre_manuelEen paar columns geleden schreef ik over het belabberde journalistieke niveau van de plaatselijke weekbladen, waarin iedereen zonder onderscheid des persoons zijn of haar zegje mag doen over uiteenlopende onderwerpen als massage voor cavia’s, telefoongesprekken met God of het toneelstuk ‘Opsluut’n den gek!’
Gelukkig is het niet overal kommer en kwel en bestaan er voldoende schrijvers die wel weten aan welke eisen een column moet voldoen. En ook al heeft iedere columnschrijver (m/v) zijn (m/v) eigen stijl en onderwerpkeuze, er bestaan ook veel overeenkomsten tussen die columnisten.

Het is grappig om te zien dat de drie auteurs van het Volkskrant Magazine ondanks de totaal andere invalshoek min of meer dezelfde stijl hanteren. Alle drie (Sylvia Witteman, Wim de Jong, Hanna Bervoets) werpen een licht op hun absurde leven. Sylvia Witteman verhaalt wekelijks over het rariteitenkabinet dat Amerika heet. De megagrote porties voedsel, de ‘sue’-mentaliteit, de schijnheiligheid en het zwart-wit denken. Wim de Jong heeft het steevast over de midlifecrisis bij mannen, het verlies van libido, en beginnende kaalheid en rimpelvorming (eigenlijk meer onderwerpen voor vrouwen, zou je bijna zeggen). Hanna Bervoets – duidelijk de jongste van de drie – heeft de moderne tijd met al haar gadgets, new-waveverschijnselen en de problematiek van de vrijgevochten, zelfstandige, wereldse jonge vrouw als hoofdonderwerp. Het taalgebruik is beeldend, bijvoeglijke naamwoorden worden niet geschuwd, tussenzinnen en vergelijkingen geven extra diepte aan de teksten. Daarbij bestaan de columns altijd uit een kop, een lijf en een staart, maar dat zijn sowieso basale voorwaarden voor een goede tekst.

Ook sommige door de auteur zelf voorgelezen columns op radio 1 zijn pareltjes. André Manuel (De Andere Wereld, zondagochtend, 7:55 uur) bespreekt elke week uitwassen in de samenleving, de politiek en de religie, en maakt vlijmscherp en genadeloos de grond gelijk met zakkenvullers, haatzaaiers en pseudopolitici. Zijn voordracht – zijn stemgeluid is een mix van het accent van Herman Finkers, de droogkloterigheid van Midas Dekkers en de somberheid van Hans Dorrestijn – draagt uiteraard bij aan de kwaliteit van de column, maar de inhoud zelf is natuurlijk van groter belang.
Een fragment van deze week, ‘Witwassen in onschuld’: “In de Verenigde Staten is er de afgelopen maanden zoveel geld gestoken in het overeind houden van volstrekt malafide banken dat we daar makkelijk heel Haïti mee naar een stabielere omgeving hadden kunnen verhuizen. En in Londen pissen de meeste bankiers inmiddels alweer in diamanten toiletpotten en staan er in plaats van twee nu al drie Afrikanen klaar om ze te helpen met het afschudden van de laatste druppeltjes.”

Over Hans Dorrestijn gesproken. Ik heb een van zijn boeken met DPA-nieuws weer eens tevoorschijn gehaald. Voor wie het niet meer weet, DPA staat voor Dorrestijns Pers Agentschap. En ook al lees je de berichten voor de zoveelste maal, ze blijven hilarisch:
“DELFT – Het TNO heeft na enkele jaren van proefnemingen een oplossing gevonden voor zowel het melk- als het aardappeloverschot. Eind deze maand verschijnen de eerste milkshakes met aardappelsmaak. Er is een keuze tussen Bintjes, Rode Pipo’s, Bevelanders, Eigenheimers en Malta’s. Volgens ir. Kwijler van TNO zijn de milkshakes zeer voedzaam en bespaart het de huisvrouw ’s ochtends pap maken en ’s avonds aardappelschillen. De aardappelmilkshake wordt al beschouwd als het belangrijkste middel om het huishouden te ontlasten na de Kruimeldief.
(…)
Nog zo’n bericht maar dan anders. In Verwederveen (Kobbere) is een Vrouwenfanfare opgericht die als eerste in Europa gebruik zal maken van droogtrommels.”

Zo zie je maar, een goede column hoeft niet eens zo lang te zijn.

Misschien moet Lisanne uit Dinxperlo (zie 30 januari) een keer een goed boek of een kwaliteitskrant gaan lezen. Toch eens aan goede vriend R. , journalist en tekstschrijver, vragen of de opleiding journalistiek überhaupt een specialisatie columnschrijven heeft.

De Andere Wereld

05-02-10

Snorren

snorrenDe mannelijke tak van mijn familie is nooit gezegend geweest met een weelderige baard- en snorgroei. Ook mannen met six-packs komen voor zover ik weet nauwelijks voor in de vaderlijke lijn. Gelukkig maar dat ik nooit de ambitie heb gehad om brandweerman te worden. Toch heb ik het in mijn jeugd altijd als een tekortkoming gezien, dat ik niet binnen pakweg twee, drie dagen een mooie volle snor heb kunnen kweken. Ik heb me heel lang afgevraagd hoe ik er uit zou zien met zo’n borstel onder m’n neus en wat voor een effect dat zou hebben gehad op de vrouw naar wie ik verlangde (wat in die tijd overigens per week kon verschillen).

Nu vervloek ik het feit dat ik me eigenlijk elke dag zou moeten scheren om er een beetje representatief uit te zien. In de praktijk komt het er dan ook op neer, dat ik me alleen scheer als ik m’n oudste zus moet zoenen, als ik een onbekende klant moet bezoeken of als ik vanwege de armoedige, stoppelige uitstraling een hekel aan mezelf begin te krijgen (meestal na een dag of drie, vier).

De snor blijft, ondanks dat ik geen deel uitmaak van de snordragende populatie, een interessant fenomeen, vooral als je in Turkije woont. De snor is in die cultuur een teken van kracht. En dat niet alleen: de vorm en grootte van de snor is ook bepalend voor je politieke voorkeur (of eigenlijk is het andersom: je politieke voorkeur bepaalt je snor): hangsnor: rechts, Stalinsnor: links. Vermoedelijk is het niet hebben van een snor dan balkenendisch: niet weten wat je bent. Je hebt in Turkije ook nog de religieuze snor: ‘een keurig getrimde bescheiden streep haar, die de bovenlip zichtbaar laat’. (Arjen van der Ziel, De Volkskrant , 1-2-2010).
Mannelijke beharing is ook een onderwerp bij Olaf Tempelman (De Volkskrant, 5-2-2010). Hij beklaagt zich over het feit dat het oerdegelijke verhaal dat kale mannen – Olaf schijnt zelf kaal te zijn – virieler zijn dan mannen met haar, naar het rijk der fabelen is verwezen. (Wel kunnen mannen beter tegen alcohol dan vrouwen (‘Na drie martini’s onder de tafel, na vier onder de gastheer’), maar dat is een feit dat in dit verband weinig toevoegt aan de pointe van dit betoog.)

Een en ander zette mij aan tot actie. Al snuffelend in de Google-afbeeldingen kwam ik bij de snorrenafdeling van de feestartikelenwinkel terecht. En wat blijkt? De onderverdeling gaat nog verder. Geen politieke indeling, maar meer in de richting van karaktertypering. Zo bestaat er de ‘smarty’ snor (zwart en blond), de ‘rogue’ en de ‘scoundrel’ snor, de ‘casanova’, de ‘partyboy’ en – last but not least – de ‘bandit’. Na ampele bestudering van die collectie heb ik besloten de rest van mijn leven toch maar snorloos te slijten.

Rest de vraag wat snorren bij vrouwen uitstralen. Ligt niet de religie maar de zwaarbehaardheid van Turkse vrouwen misschien ten grondslag aan het gebruik van de boerka?

Achterhoek Nieuws

achterhoek-nieuwsNa zes jaar in de Achterhoek ben ik intussen wel een beetje gewend geraakt aan het journalistieke niveau van de plaatselijke informatieblaadjes. De meest schokkende berichten variëren van een verstuikte enkel na een aanvaring met de stoeprand tot de mededeling dat je je nog kan opgeven voor de komende carnavalsoptocht. Over spel- en stijlfouten heb ik het niet eens meer, al lijkt ene Lisanne uit Dinxperlo, die nota bene een opleiding journalistiek aan het volgen is, met haar tenenkrommende column elke week opnieuw een record te willen breken. Leuk dat ze van de krant een kans krijgt, maar enige vorm van screening aan de poort of feedback gedurende de periode dat ze haar stukjes schrijft, lijkt me zinvol.
Uiteraard verplicht niemand mij die stukjes te lezen, maar sinds ik zelfstandig ondernemer ben, moet ik toch een beetje op de hoogte blijven van wat er in de streek allemaal gebeurt. En af en toe is het ook gewoon leuk om je groen en geel te ergeren.

Onderstaand bericht (en om met Sylvia Witteman te spreken: ‘Ik verzin het niet!’) stond afgelopen week in het Achterhoek Nieuws.

De Heer Jezus sprak:
Ik ben de Weg; de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.
Johannes 14:6
En de behoudenis is in niemand anders; want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mens gegeven is, waardoor wij moeten behouden worden.
Handelingen 4:12

En daaronder een telefoonnummer en een e-mailadres. Meer niet.

Dat er weinig of geen eindredactie plaatsvindt (tweemaal het woord ‘is’) verbaast me al lang niet meer, maar bij dit bericht ontgaat mij ten enenmale de achterliggende bedoeling. Is er iemand constant paraat om de uitspraken uit te leggen? Krijg je Jezus zelf aan de lijn? Moeten er zieltjes gewonnen worden? En wordt dit soort raadselachtige ingezonden mededelingen zonder meer geplaatst? Ik ben uiteraard tegen censuur, maar wel een enorm voorstander van enige zelfreflectie als het erom gaat dat je dingen met de buitenwereld wilt delen, niet alleen bij de inzender van de mededeling, maar ook bij het medium dat die mededeling naar buiten brengt, de krant zelf dus.

En hoe naar dat ook moge klinken, ik houd m’n hart vast als Lisanne uit Dinxperlo daadwerkelijk een diploma gaat behalen op de opleiding journalistiek.

Vriendschap? Sorry, vol!

facebookIn de film Charade (1963) probeert Cary Grant Audrey Hepburn te versieren, maar Audrey wimpelt hem af door te zeggen dat haar boekje met vrienden vol is en dat er geen plaats meer is (tenzij er natuurlijk iemand onverhoeds komt te overlijden – waarna enkele moorden inderdaad ruimte scheppen en Cary alsnog aan het happy end trekt).

Zij had het toen al in de gaten, maar nu is het ook wetenschappelijk vastgesteld. Onderzoekers van de universiteit van Oxford beweren dat een mens niet in staat is meer dan 150 vriendschappen te onderhouden. Het menselijk brein kan meer niet aan. (Ik kan me deze conclusie wel voorstellen. Ik heb al moeite om m’n kennissen te vriend te houden.) Sociale netwerken als Facebook en Hyves kunnen hier geen verandering in brengen. Meer dan 150 vrienden hebben is niet zinvol, sterker nog, het kan stress opleveren omdat mensen verslaafd raken en zo veel mogelijk vrienden willen maken om populair en succesvol te lijken. Om tot deze conclusie te komen moet je wel professor in de evolutionaire antropologie zijn.

Robin Dunbar – de bewuste professor – definieert een vriend als iemand om wie je geeft en met wie je minstens een keer per jaar contact hebt.
Wel, dat dunt het aantal vrienden gelijk behoorlijk uit. Behalve dat ik de term ‘om iemand geven’ een vrij vaag begrip vind, kan ik W., D., T. en P. schrappen, want die zie ik hooguit een keer in de drie jaar. En hoort M. er eigenlijk wel bij? Geef ik wel genoeg om haar om mezelf een vriend te noemen. En andersom, geeft zij überhaupt wel om mij? Je zou toch zeggen dat er een zekere wederkerigheid zou moeten bestaan en dat beide personen in kwestie het van elkaar weten dat er om elkaar wordt gegeven. Wat dat betreft verkeer ik vaak in het complete duister. Het is niet gewoon voor mijn generatie om zonder schroom tegen iemand te zeggen dat je hem of haar een leuk persoon vindt, laat staan om te melden dat je het eigenlijk wel ziet zitten om de grenzen van die vriendschap … enfin, u begrijpt waar ik heen wil. En naar iemand toe stappen en vragen of hij of zij jou eigenlijk wel aardig vindt is ook weer zoiets. Je brengt niet alleen de ander, maar ook jezelf behoorlijk in verlegenheid en in (hier spreekt een ervaringsdeskundige) netelige problemen.

Ik kwam na vijf jaar op een school lesgegeven te hebben toevallig tot de ontdekking dat een aantal collega’s mij maar een arrogante klootzak vond. En ik maar denken dat ik goed met iedereen kon opschieten. Een andere ‘leuke’ ervaring was dat een collega tijdens een workshop de opdracht kreeg een (1!) positieve karaktereigenschap te noemen en dat ze lange tijd met een mond vol tanden zat.

Hoe nu verder?
Misschien moet professor Dunbar maar eens een handige test ontwikkelen waarmee een doorsnee mens erachter kan komen wie zijn werkelijke vrienden zijn. Dat zou de wereld een stuk overzichtelijker maken. En ik zou al heel blij zijn met 25.

Robin Dunbar And The MagicNumber Of 150

Heimelijk kijken

little_houseMet wat ik nu ga opschrijven loop ik het risico dat ik door een groot deel van mijn vrienden- en kennissenkring hartelijk uitgelachen word. Ook is het mogelijk dat ik juist door die vrienden en kennissen in het hart word gesloten omdat ik net als zij tot het geheime-genootschap-van-LHOTP-liefhebbers behoor. In dat geval word ik wellicht bewonderd vanwege mijn moed ‘uit de kast te komen’.

Een van de aantrekkelijke aspecten van het bestaan als zzp’er is de mogelijkheid om je eigen dagindeling te maken. Vaak komt dat neer op ’s avonds en in het weekend werken – het (niet) nemen van pauzes is een van de diepste valkuilen van de alleen werkende ondernemer – maar het geeft je ook de gelegenheid om elke werkdag om 17:00 uur de televisie aan te zetten om naar een favoriet programma te kijken. Elk normaal mens is op dat moment nog aan het werk of staat in de keuken, dus mijn hoop dat ik veel medestanders vind, is niet erg groot. Maar misschien brengt dit verhaal daar verandering in.

Het televisieprogramma waar ik het over heb, is een reprise van een serie die vroeger door de EO werd uitgezonden. Toen was dat alleen al een reden om niet te kijken. Dat het nu door schreeuwlelijk SBS6 wordt gebracht is ook niet echt een pre – het programma wordt daar eerder gezien als een kapstok voor irritante reclameblokken – maar een vlammend pleidooi in de VPRO-gids van alweer een jaar of twee terug heeft ons nieuwsgierig gemaakt en sindsdien proberen we geen enkele aflevering over te slaan. (Wel moet ik toegeven dat de luxaflex dicht gaan en onze stoelen zoveel mogelijk uit zicht staan.)

Het is inderdaad zo, dat de serie een hoog EO-gehalte heeft, maar blijkbaar kunnen we ons daar nu wel overheen zetten. Godsdienst is in de tijd waarin de serie speelt, gewoon een dagelijks onderdeel van het leven. En behalve de humor, het mooie acteren en de veelzijdigheid van de verhalen is het ruwe bestaan van de 19e eeuw de kracht van Little House On The Prairie (want daar heb ik het over – hè hè het is eruit). Het geeft een prachtig beeld van de Amerikaanse geschiedenis in de tijd van de pioniers. En hoewel het eigenlijk een serie voor kinderen is, is geen enkel onderwerp taboe. Discriminatie van zwart, indiaans of joods, dronkenschap, kindermishandeling, verliefdheid, onderwijs, rednecks, ouwe vrijsters, vrouwenrechten, verkrachting, armoede, ziekte, gehandicapt zijn, de dood, je kan het zo zot niet verzinnen of Laura Ingalls Wilder (het zijn haar verhalen) heeft er over geschreven. Daarnaast: de opkomst van de telefoon, de spoorwegen, de goudmijnen, eigenlijk is dit het Amerikaanse cultuurgoed in een notendop.

Natuurlijk zijn sommige karakters dik aangezet en uitvergroot: Harriet Oleson als de zwart-witte bemoeizieke, arrogante en intens domme roddelaarster, haar zoontje Willie, die altijd overal de schuld van krijgt (en heeft) en die altijd in de hoek moet staan, maar ook vader Charles Ingalls die altijd voor alles een oplossing heeft of in ieder geval de juiste woorden weet te vinden. Bij de eerste aanblik van een nieuw karakter in de serie weet je al of het personage een ‘good’ of ‘bad guy’ is. De afleveringen hebben ook allemaal wel een soort happy end, voor zover dat mogelijk is met een blind geworden dochter, een mislukte oogst of een gestorven huisdier.

Alle personen in de serie beginnen jong, de hoofdpersoon Laura (‘half pint’) is zes, en aan het eind van de negen seizoenen is iedereen minstens vijftien jaar ouder, Laura is getrouwd, heeft zelf een kind en is onderwijzeres. Het is de Trumanshow, maar dan echt, 204 afleveringen lang.

Enfin, nu weten jullie het allemaal. Als jullie me de volgende keer dat jullie me zien, niet meer aankijken of uitlachen, weet ik hoe het komt. Tegen de anderen zou ik willen zeggen, welkom bij de club.
www.seriejunkies.nl

De taal der wetenschap

complotAltijd leuk om de wetenschappelijke artikelen in de zaterdagkrant te lezen. Het is soms eigenlijk niet zo van belang of je er iets van begrijpt. Het feit dat er wetenschappers zijn die zich elke dag bezighouden met de meest uiteenlopende onderwerpen is op zich al een hele geruststelling. (We proberen blijkbaar met z’n allen de wereld nog steeds te verbeteren, al is soms de vraag gerechtvaardigd of die nieuwe vindingen ook altijd daadwerkelijk een verbetering zijn.)

Zo is er voor mensen die te weinig orde in hun leven hebben de tip om een complottheorie te verzinnen. Maakt niet uit wat voor een complot het is, als je maar iemand de schuld kunt geven. De angst dat ‘de Russen zouden komen’ was de favoriete theorie van mijn goede oude vader. J.F. Kennedy zou vermoord zijn door de CIA, maar ook door de KGB, door de maffia, maar ook vast wel door Joe DiMaggio (van Marilyn Monroe, u weet wel), en misschien zat good old Joe inderdaad zelf bij de maffia, wie zal het zeggen. En de q-koorts is verspreid door buitenaardse wezens, die vaste voornemens hebben om de aarde te veroveren. Voor de zekerheid hebben die ook de hand gehad in het faillissement van Lehman en consorten.

Nog een interessant stukje. Even uit zijn verband gerukt, maar wel tekenend voor de taalrijkheid van de wetenschap:
(…)‘Er vindt dus geen ‘meiotische recombinatie’ plaats, een proces dat bij andere chromosomen mutaties corrigeert. Doordat Y integraal wordt doorgegeven aan de volgende generatie, kan een gunstige mutatie in MSY zich in de evolutie heel snel verspreiden, terwijl de rest van het dna daarop meelift. En dan is er nog ‘ectopische recombinatie’ in MSY, foutjes die leiden tot structuurwijzigingen van het chromosoom, in de vorm van duplicaties, inversies en deleties van stukjes dna.
De interessantste hypothese voor de dynamiek op Y is echter het verschil in paargedrag bij mens en chimpansee: de mate van ‘spermacompetitie’. ‘Als getrouwde man hoef je doorgaans niet bang te zijn dat je buurman beter sperma heeft. In een groep chimpansees is dat anders’, (…)’

En dat staat gewoon in de krant! Voor iedereen zomaar te lezen!

Tot slot nog een paar mooie koppen:
Synthetische bacterie knippert groepsgewijs. De klok tikt anders in hemelstenen. Nare stemmen zitten vooral rechts. De grutto verschiet van kleur.

Je reinste poëzie.

Pasjes

portemonneeHet Volkskrantmagazine heeft een wekelijkse rubriek ‘mijn foto’. Lezers van de krant kunnen een foto insturen over een bepaald al dan niet actueel thema. Van de meest opvallende foto’s wordt een veelkleurige compilatie gemaakt. Een leuke formule, die gezien het aantal inzendingen elke week weer een succes is. Niet zo lang geleden was de inhoud van de portemonnee het thema.

Het gezegde ‘Laat mij uw boekenkast zien en ik weet wie u bent’, gaat ook op voor de met digitale pasjes gevulde portemonnee. Dat een mens niet veel (meer) voorstelt zonder z’n geld- en pasjesbuidel werd mij gisteren pijnlijk duidelijk.
Onderweg naar Leiden wilde ik gaan tanken en kwam tot de ontdekking dat ik m’n portemonnee verloren was. Het kan ook zijn dat die gerold is, maar mijn gangen één voor één nagaand, kwam ik tot de conclusie dat hij bij het inladen van wat boodschappen in de sneeuw moet zijn gevallen. Uiteraard sloeg even de paniek toe. Zou ik Leiden nog wel halen, haalde ik Ruurlo nog wel, als ik nu zou teruggaan. Tanken zat er in ieder geval op dat moment niet in. Ik besloot de gok te wagen en door te rijden. Het beoogde middagprogramma zou in ieder geval komen te vervallen. Mijn eerste opdracht was om zo snel mogelijk weer wat cash zien te krijgen. Een bank beroven was geen optie, dus vestigde ik mijn hoop op mijn ouders die altijd wel goed zijn voor een tientje of wat. (’s Avonds zou ik naar een verjaardag van een lang niet geziene vriend gaan. Het staat behoorlijk bezopen om daar aan te komen met ‘Hallo, tijd niet gezien, kan je me zes tientjes lenen, anders kom ik niet thuis.’ Dat staat een succesvolle hernieuwing van de vriendschap behoorlijk in de weg.)

Mijn ouders waren gelukkig thuis – die zijn altijd thuis, want die kunnen geen kant meer op – en er bleek inderdaad ook wat cash geld in huis te zijn. Uiteraard even contact opgenomen met het thuisfront en telefoontjes gepleegd om de pinpassen te blokkeren. Pas dan dringt de volle waarheid tot je door. Als de portemonnee niet wordt teruggebracht, moet je helemaal opnieuw beginnen met je leven! Wat er niet allemaal aan documentatie inzit. Oké, je bent waarschijnlijk wat geld kwijt en misschien ook je chiptegoed. Daar valt nog overheen te komen. Pinpassen: moeten twee nieuwe komen, kost €15. Het geplande museumbezoek kwam op losse schroeven te staan: geen museumkaart meer. Tennispas, foetsie. Makrokaart: nieuwe aanvragen. Zorgpas, niet handig als je die niet hebt. Gall & Gall kaart. Jammer, dan. Schuurmanpas. Gebruikte ik eigenlijk nooit. Donorregistratiekaart. Heb ik die eigenlijk wel? Pas voor het Office Center. Lastig. Bonnetjes voor de belasting. Shit: de golfballenstrippenkaart. Een paar visitekaartjes van personen uit je netwerk. Ook een manier om te ontvrienden. Ai, die portemonnee zelf was ook nog geen drie weken oud. En dan waarschijnlijk nog wat zaken die ik pas in de loop van de komende weken zal missen.
Eigenlijk dus best wel een beetje een strop.

Gelukkig eindigde de dag goed. Het weerzien met mensen uit het verleden had ik niet willen missen. Sterker nog, ik heb zo’n beetje de hele avond zitten kletsen met iemand die ik niet had verwacht en die ik eigenlijk ook helemaal niet zo goed kende. Mijn oude vrienden zijn er een beetje bekaaid afgekomen, maar dat ga ik een volgende keer proberen goed te maken (tenzij ik weer een leuke oude niet-bekende tegenkom).

Verzamelingen

verzamelingenMijn vader heeft zo’n beetje zijn hele leven postzegels verzameld. Totdat hij een aantal jaren geleden ineens zijn gehele verzameling verkocht. Uiteraard tegen een fractie van de cataloguswaarde, maar dat weet je als je er aan begint. Hij heeft er blijkbaar een hoop plezier aan beleefd. Als we aan onze moeder vroegen, waar papa was, kregen we regelmatig als antwoord, dat hij ´met zijn postzegels aan het spelen was.´ Het moge duidelijk zijn dat de aantrekkingskracht van het verzamelen volledig aan mijn moeder voorbij is gegaan.
Hij verzamelde Nederland plus koloniën, maar wilde daarnaast ook iets speciaals. Dus besloot hij zich ook te gaan specialiseren in zegels van het Vaticaan. Typisch m’n vader, religie moet een rol spelen, zelfs in zoiets werelds als het verzamelen van postzegels.

Als schooljongen heb ik een paar jaar geprobeerd mee te gaan in zijn hobby en toen ik pas voor de klas stond, heb ik in het kader van het opleuken van de geschiedenisles nog een poging gewaagd om een verzameling op te bouwen. Blijkbaar ben ik niet in de wieg gelegd voor het betere verzamelwerk, want iedere keer droogde de inspiratie weer op en verpieterde de collectie, tot het moment dat ik de voor verzamelaars totaal oninteressante postzegels maar op brieven ging plakken of weggaf aan een enthousiaste leerling.

Er gaat in de wereld van collectioneurs een hoop moois schuil. Je hoeft de startpagina voor verzamelaars maar op te slaan om in deze wondere wereld toe te treden. Kinderverzamelingen zoals suikerzakjes, autospeldjes, pokemonkaarten komen niet eens op deze webpagina voor. Hier hebben we het over het betere werk: punaises, heilige beelden (ze bedoelen waarschijnlijk heiligenbeelden, maar een kniesoor die daar op let), kookwekkers, EHBO-parafernalia, puntenslijpers, aanstekers. Zo op het eerste gezicht lijkt het alsof hier alleen maar over verknipte geesten gaat, maar laat ik de punaiseverzamelaar of de pijpelogische kring Nederland toch maar het voordeel van de twijfel gunnen, want wie weet zit er wel een enorm fascinerend verhaal achter hun hobby. Iedere gek gun je immers zijn gebrek.

Een van mijn zwagers verzamelt ook: verzamelingen. Ik ben lang niet op de hoogte van al zijn projecten, maar ik weet dat hij o.a strips en ingewikkelde puzzels verzamelt, maar ook zoveel mogelijk mensen met dezelfde achternaam als die van hemzelf en archieven van alles wat hij heeft meegemaakt. Hij kan er vast mooi over vertellen.
Ikzelf heb alle boeken van Kees van Kooten en van Tim Krabbé, en ik zou graag alle afleveringen van alle seizoenen van Ally McBeal willen hebben (over gekken met gebreken gesproken), maar die kun je gewoon kopen, dus dat is geen kunst.

Citaten verzamelen lijkt me een leuke hobby. Om een aan tafel vastgelopen gesprek weer los te trekken: ‘Er zijn mensen die een bibliotheek hebben zoals eunuchen een harem.’ ‘Leven is herinneringen verzamelen voor later, om ze dan echt te beleven.’ Afval is makkelijk te produceren, moeilijk te verzamelen en onmogelijk om kwijt te raken.’

Voor wie dit een leuk onderwerp vindt en nog meer wil lezen.

Een geheugen als een olifant

geheugenEen mooi ding, het geheugen. Zo werd G. vanochtend wakker met de letterlijke tekst van een eeuwenoud liedje van Boudewijn de Groot. Ze had haar ogen nog niet open of ze begon te declameren. Het zat haar dwars dat er nog twee, drie regels ontbraken en ze heeft niet gerust voordat ook die kwamen bovendrijven.

Ik heb haar vaak een beetje geplaagd met dat griezelig fenomenale geheugen voor liedteksten, maar eigenlijk ben ik stinkend jaloers. Toen de top 2000 aanstond zong ze alle liedjes gewoon woordelijk mee, of ze nu uit de jaren zestig, zeventig, tachtig of negentig stamden; alleen liedjes van de eenentwintigste eeuw ontbreken een beetje in haar repertoire. En dan zingt ze niet alleen Engelstalige liedjes mee, maar ook Franse, Italiaanse en Spaanse. Dalida: Gigi l’amoroso. Geen probleem. Gilbert Becaud, Frida Boccara, noem die Zuid-Europeanen allemaal maar op, ze balkt (nee, dat is niet het juiste woord, want ze zingt ook nog eens loepzuiver) alles gewoon mee. Ook als ze met haar Bachkoor een nieuw stuk instudeert, kent ze de tekst binnen een mum van tijd. Als je eens een concert meemaakt, dan is ze te herkennen aan het feit dat ze als enige de zaal inkijkt tijdens het zingen. En als klap op de vuurpijl heeft ze een perfecte uitspraak en weet ze ook nog eens wát ze zingt. De meeste mensen broddelen maar wat voor zich uit.

Er zijn heel wat sites volgeschreven met allerlei mondegreens (ze kwam binnen zonder klompen i.p.v. kloppen, laten we dansen, mijn biefstuk i.p.v. mijn liefste, all my luggage, I will send to you), spreekmoorden en verzegdes. Ooit hebben we een keer de Dreigroschenoper met koor en orkest uitgevoerd. De partituur was handgeschreven en inderdaad wat moeilijk te lezen. Een van de koorzangers zong consequent ‘boter – boter – boter’ in plaats van ‘toter – toter – toter’. Dan ben je lekker bezig. Er zijn vast nog een heleboel andere mooie voorbeelden te geven van dit soort taalverkrachtingen. Ik hou me aanbevolen voor originele inzendingen.

Gek genoeg kan G. niet onthouden welke kaarten eruit zijn als er een potje wordt geklaverjast. En dat kan ik nu weer wel. Lastig, want je maakt geen vrienden als je feilloos kunt vertellen waar een tegenspeler verzaakt heeft, maar wel handig als je voor het grote geld gaat. Misschien moet ik G. maar eens een keer op de kermis zetten en haar liedjesgeheugen gaan verzilveren.

Ter lering ende vermaak: www.onzetaal.nl en verder.

De hemelgeit

merelDe hemelgeit zingt met z’n staart. Het is maar dat je het weet. Het lijkt zo uit een Russisch codeontcijferboekje geplukt, maar het is, als je de context erbij bekijkt, wel degelijk begrijpelijk Nederlands. De context is de top 100 van Nederlandse zangvogels, georganiseerd door het onvolprezen radioprogramma ‘Vroege Vogels’. De merel heeft gewonnen en de waterhoen is de hekkensluiter van de lijst.

Inderdaad heeft het geluid van deze Gallinula Chloropus meer weg van een van de vele irritante waarschuwingssignalen die opklinken als je een fout op je computer maakt, maar sneu is het wel als de hele vogelminnende wereld vindt dat je eigenlijk beter maar je mond kunt houden. Nee, dan de merel. Deze zoetgevooisde zanger beschikt over een uitgebreid arsenaal aan geluiden. Uit volle borst fluit, kwettert, riedelt, twinkelt en babbelt hij. Veel vogels razen met een sneltreinvaart door hun liedjes heen, maar de merel neemt zijn tijd en zingt in een rustig, afgemeten tempo. De merel komt ook nog eens heel veel voor, dus je kunt hem regelmatig in de eigen achtertuin aantreffen. Echt mooi kleurig zoals de vink of de koolmees is de merel niet; vooral na een zwaar seizoen, waarin de kleintjes constant gevoerd moeten worden, zou je hem / haar geen stuiver geven. Met zingen maakt hij / zij het gebrek aan uiterlijk schoon echter ruimschoots goed. Eigenlijk is de merel een soort Susan Boyle onder de vogels.

Nu moet je een goed geoefend oor hebben om al die vogelliederen uit elkaar te houden en ook nog eens te categoriseren. En waarschijnlijk is het ook zo dat vogels die een akelig geluid voortbrengen beter herkend worden dan de virtuozen. Zo kan ik me mateloos ergeren aan het schaterlachen van eenden, vooral als ze dat ’s ochtends om 5 uur doen. Het doet me altijd denken aan het publiek bij die vreselijke ‘Lach-of-ik-schiet-voorstellingen’ van John Lanting of Jon van Eerd. Ook een aan één stuk door koerende duif kan wat mij betreft opvliegen.

Er kwamen in de uitzending van Vroege Vogels nogal wat vogelnamen voorbij die ik nog nooit van m’n leven had gehoord, dus dat maakt het er ook niet gemakkelijker op. Wat dacht je van de draaihals (82 stemmen), de matkop (120 stemmen), de snor (181), de braamsluiper (260) en de baardman (268)?
Als je het geluid van een oehoe, een hop en een roerdomp achter elkaar mixt en onderbouwt met de roffel van een grote bonte specht, krijg je trouwens een aardige hiphopdeun die bij Idols regelrecht in de prijzen zou vallen. Tekstje erover en Bob’s your uncle.

Nog even over de hemelgeit. Dat is dus de bijnaam van de watersnip. Die zingt niet, die klappert met zijn staart. Het begrip zangvogel wordt in dit geval wel erg ruim genomen, maar in de dierenwereld wordt niet gediscrimineerd.

Zelf nog oordelen? Dat kan:
vroegevogels.vara.nl/

Alles op z’n plaats

opruimenAch, had ik maar niet zo’n lieve moeder gehad. Zo’n moeder, die elke dag je bed voor je opmaakt, je kleren achter je kont opruimt en zonder morren de was voor je doet. Had ik maar wat meer plichtsbesef aangeleerd gekregen, wat meer verantwoordelijkheidsgevoel en opruiminzicht. Nu is het misschien wel te laat, nu zit ik met de gebakken peren, terwijl het juist als je ouder wordt steeds noodzakelijker wordt om de zaakjes netjes op een rij te hebben. Voordat je het weet, heb je je spullen opgeborgen op plekken waar alleen degene die ooit je nalatenschap zal regelen, ze zal weten te vinden.

Na twee weken luieren heeft de administratie zich genadeloos opgehoopt, de achteloos weggelegde kranten en tijdschriften – niet eens allemaal gelezen, en dat moet toch eigenlijk wel – , de cd’s en dvd’s die allemaal nog beluisterd en bekeken moeten worden (we dachten dat daar in de kerstvakantie tijd genoeg voor zou zijn), alle vormen ze stapels die hun plek in de kast of de papierbak weer moeten krijgen. We zouden de auto nog wassen en zuigen, en dan nog de belastingdienst die na december niet alleen een kwartaal-, maar ook een jaaroverzicht moet hebben. Het e-mailbestand is hard aan uitdunnen toe en de vloer moet ook nog gedweild worden.

Tijd voor een systeem! Tijd voor goede voornemens!
Nooit je bureau achterlaten als het niet leeg is! Etiketjes! Niet uitstellen tot morgen wat je vandaag nog kunt doen! Alles heeft z’n plek! Regelmaat is de moeder van de porseleinkast! Gezelligheid kent geen tijd! Boontje komt om zijn loontje! Elke week je moeder bellen!

Mooi. Nu is het alleen nog maar een kwestie van volhouden. Eitje.

Zo moet het dus.

Vuurwerk

vuurwerkNog even en dan barst het weer los. En crisis of geen crisis, er zal vast en zeker een aantal droevige records worden gebroken: er zal weer meer worden uitgegeven, de knallen zullen weer harder en spectaculairder zijn dan vorig jaar, het vandalisme en het geweld zal weer toenemen. Ondanks alle protesten uit de samenleving en de voorzorgsmaatregelen zal er weinig tot niets veranderen. Het parlement heeft vorig jaar na het burgerinitiatief ‘Meer plezier met minder vuurwerk’ in haar wijsheid besloten dat vuurwerk ‘in een lange traditie past’ en daarom niet van overheidswege verboden moet worden.

Gisteren (29 – 12) stond in de krant een artikel over taakstraffen voor jongeren die illegaal vuurwerk kopen en afsteken of die zich niet aan de tijden houden waarop vuurwerk mag worden afgestoken. Daarin stond onder andere hoeveel geld jongeren van hun ouders krijgen om vuurwerk te kopen: dat bedrag varieerde van 35 tot 55 euro, en dan gaven sommige jongeren ook nog 50 tot 100 euro van zichzelf uit om ‘ook nog wat illegaal vuurwerk te kopen.’

Het moet toch niet nóg gekker worden.

De ellende van tradities is dat men vindt dat ze in ere gehouden moeten worden. Bij sommige tradities kan ik me dat goed voorstellen. De Achterhoek zou de Achterhoek niet zijn zonder midwinterhoornblazers, klootschieten of naoberschap. Oliebollen horen wat mij betreft bij onschuldige tradities. Carbidschieten volgens mijn buurtbewoners helaas ook. En hoewel de gemeente Berkelland om voor de hand liggende redenen het carbidschieten in woonwijken niet toestaat, zal er waarschijnlijk nota bene vlak voor het huis van de burgemeester wederom een carbidschietinstallatie worden opgebouwd. Er is in ieder geval een klein redentje om blij te zijn met hond Joeps dood. Hem blijft in ieder geval de ellende van de geluidsoverlast van die carbidbommen bespaard. Hij lag altijd doodsbang in een hoekje als drie dagen voor oud en nieuw de carbidbussen ‘alvast werden uitgeprobeerd’. Een lichtpuntje is dat het tegenwoordig maar een dag(deel) duurt.

Pedigree komt met een advertentie waarop het de aandacht vraagt voor de vele huisdieren die doodsbang zijn voor de knallen. Zal vermoedelijk weinig helpen, net zo min als de schokkende beelden van de campagnes van afgelopen jaren. We zijn helaas roependen in de woestijn. Er zit maar één ding op. Afschaffen die handel, traditie of geen traditie. En het niet bestede geld gelijk doorsluizen naar goede doelen, die zijn er zat.

Na het vuurwerk een oog van kunststof

(Wordt hopelijk niet vervolgd)

Wiskundemeisjes

dobbelstenenPas op de Pedagogische Academie kwam ik erachter dat ik rekenen een leuk vak vond en dat ik er ook nog eens best goed in was. Sinds die tijd heb ik spijt van mijn puberale en storende gedrag tijdens de wiskundeles (en tijdens de natuurkunde-, scheikunde-, geschiedenis- en aardrijkskundeles, enfin, gedurende welke les niet?) In het derde jaar van mijn middelbare school ging het mis. Ineens kregen we allemaal jonge net of net niet afgestudeerde docenten voor onze neuzen. Ik herinner me meneer Vermeulen, die Nederlands gaf. Ik weet niets meer van zijn lessen, des te meer van zijn driftbuien. De leraar natuurkunde was ook een jonkie, zijn naam is me ontschoten. Ook de natuurkundelessen waren in ieder geval niet aan mij besteed.

Aan de wiskundelerares, juffrouw Engelfriet, ben ik de meeste excuses verschuldigd. Ook zij was jong, maar ook nog eens aantrekkelijk en hip. Ze was vrij klein en droeg vaak een minirok. Dat is natuurlijk bij pubers van 14 jaar vragen om problemen. Ofwel had ze niet goed nagedacht over de consequenties van haar manier van kleden, of ze was ongekend dapper. Ze was, zoals gezegd, vrij klein van stuk. En een docent wiskunde moet nu eenmaal regelmatig formules op het bord schrijven. Eén en één was toen ook al twee: binnen de kortste keren had de goegemeenschap door, dat de vraag of het bord een beetje omhoog kon, omdat we anders geen reet konden zien, verrassende uitzichten als resultaat had. Tot ínzichten daarentegen hebben de lessen van arme mevrouw Engelfriet niet geleid. Mijn wiskundecijfer kelderde tot ongekende dieptes en mij werd aangeraden om dan maar de talenkant te kiezen. Uiteindelijk koos ik het gemakkelijkste pretpakket dat er bestond en haalde ik mijn eindexamen met de hakken over de sloot. Juffrouw Engelfriet heeft het een jaar op het Bonaventuracollege uitgehouden.

Kon ik het allemaal nog eens overdoen, dan zou ik juffrouw Engelfriet in mijn hart (en desnoods in mijn armen) sluiten en allemaal tienen halen, al was het alleen maar om haar te plezieren.
(Mocht er toevallig iemand nog contact hebben met mevrouw Engelfriet, breng dan a.u.b. mijn welgemeende verontschuldigingen aan haar over).

Een mens kan helemaal verslingerd zijn aan de rekenkunst en met alles wat daar mee te maken heeft. Zo had de leraar rekenen op de P.A. een nogal aparte hobby. (Hij was pater, dus veel anders had hij niet te doen.) Hij verzamelde dobbelstenen. Zijn collectie was niet groot, maar dat was ook niet de bedoeling. Elke dobbelsteen moest namelijk uniek zijn. De plaatsing van de stippen van de getallen 2, 3 en 6 kan verschillen. Daarnaast kan de plaatsing van de vlakken ten opzichte van elkaar ook verschillen. Dit levert een behoorlijk aantal combinaties op; als ik me even kwaad maak, zal het me vast wel lukken te ontdekken hoeveel. Broeder Albertus (de pater in kwestie) miste er nog twee; of wij hem konden helpen zoeken … waarna hij weer overging tot de orde van de dag: 40 hoofdrekensommen in 2 minuten tijd.

Was het maar andersom geweest. Broeder Albertus op de middelbare school en juffrouw Engelfriet op de P.A. Wie weet wat er dan nu van me geworden zou zijn.

In De Volkskrant verschijnt regelmatig een column van de ‘wiskundemeisjes’. U begrijpt nu dat ik om mijn geweten met terugwerkende kracht te sussen deze stukjes altijd lees.

http://www.wiskundemeisjes.nl/

Digitaal exhibitionisme

ouderen-en-computersEen van de revolutionaire verworvenheden van het afgelopen decennium is natuurlijk de ontwikkeling en het gebruik van internet. Heel de wereld ligt aan een ieders voeten. Alle mogelijke beschikbare informatie is in een mum van tijd te achterhalen en binnen een poep en een scheet kun je jouw wereld aan anderen beschikbaar stellen door middel van weblogs, facebook, hyves, tweeteren, youtube. En blijkbaar doet de mens niets liever dan zichzelf te presenteren. Verlegen is uit, extravert is in. Op de televisie wordt onder de noemer ‘reality-tv ‘ massaal een ieders privéleven op straat gegooid, met de meest tenenkrommende programma’s als resultaat. En ik doe ook gewoon mee: met een website, met een blog en met een hyvesabonnement. En als ik mezelf google, word ik gevonden als de hoofdpersoon uit een van de verhalen van Hella Haasse. Ook mooi meegenomen. Toch eens een keer gaan lezen.

Ik had laatst mijn moeder aan de telefoon. Het lieve mens is 91 jaar oud en nog goed bij zinnen. We zien elkaar slechts twee keer in het jaar, en diep in haar oude hart vindt zij dat veel te weinig. Een computer hebben m’n ouders niet, dus ze kunnen me niet op afstand volgen, foto’s bekijken die ik op m’n site heb gezet of e-mailen. Hoewel ze het zich makkelijk kunnen veroorloven, en hoewel ik ze best de kneepjes van het bedienen van een zo’n apparaat zou willen leren, wordt er geen computer aangeschaft. Dat vind ik begrijpelijk, maar jammer, want ze missen een boot. Tijdens elk telefoongesprek zegt ze dat haar wereld alleen maar saaier wordt. Mensen in de omgeving van mijn ouders vallen bij bosjes om en zelf worden ze er ook niet mobieler op.

Hoeveel mensen van deze generatie missen diezelfde boot als mijn ouders? Hoewel er trajecten opgezet zijn om ouderen aan de computer te krijgen, zijn er volgens mij behoorlijk veel mensen (nog) niet bereikt. Internet heeft de wereld kleiner gemaakt, maar in een andere betekenis dan de kleiner wordende wereld van veel oude mensen.

Mochten er oude mensen zijn, die dit lezen: die hebben mijn hulp waarschijnlijk niet nodig. Mocht u mensen kennen die dat wel hebben? Bellen, of mailen, of bloggen, of sms-en. Het is tenslotte kerstmis en we zijn op de wereld om mekaar, om mekaar, om mekaar, om mekaar, te hellepen nietwaar?

Scrooge driedimensionaal

jimcarreyMet de komst van de Pixarfilmstudio’s zette men indertijd een revolutionaire stap in het vervaardigen van digitale animatiefilms. Toy Story, Finding Nemo, The Incredibles, Ratatouille, de laatste hit UP. Stuk voor stuk geweldig leuke, knap gemaakte en inventieve films. Ook de makers van bijvoorbeeld Shrek en Wallace & Gromit timmeren voortdurend – en met succes – aan de weg. Iedere keer dat er weer een nieuwe film uitkomt, heb je het idee je dat het toppunt van de menselijke fantasie bereikt is en dat de technische mogelijkheden uitgeput zijn.

Niets is minder waar.

Ter gelegenheid van G.’s verjaardag zijn we weer eens ouderwets naar de bioscoop geweest. We hebben ‘A Christmas Carol’ van Dickens gezien, in de 3D-versie van Jim Carrey. De film had juichende recensies, niet alleen vanwege de altijd originele Jim-Carrey-aanpak, maar ook omdat er een relatief nieuwe technische vinding succesvol was toegepast: performance capturing. De acteurs krijgen allerlei sensoren op hun lijf geplakt en acteren zonder veel attributen of decor. De film wordt voor het resterende deel digitaal gemaakt. Acteurs zijn dus wel herkenbaar, maar worden daarnaast ook nog eens ‘gereanimeerd’. Dit proces werd voor zover ik weet voor het eerst toegepast in ‘The Polar Express’, afgelopen maandag toevallig op televisie vertoond. Het resultaat is iedere keer weer verbluffend.

Nadat we ons geïnstalleerd hadden, kwam een bioscoopmedewerker ons een 3D-bril brengen. Aanvankelijk vond ik dat allemaal maar onhandig. Kon ik de film niet gewoon bekijken, zonder zo’n joekel van een bril op m’n snufferd? Toen de film begon, piepte ik wel anders. Of eigenlijk, we piepten helemaal niet meer. Allebei zaten we met open mond en sprakeloos te kijken. Een compleet nieuwe ervaring. Tjonge, wat was dat mooi en wat spectaculair en wat grappig en wat knap en wat … Woorden schieten gewoon te kort. Dit moet je gewoon allemaal gaan zien.

http://disney.go.com/disneypictures/achristmascarol/

Extended piano-techniques

rachmaninovMorgen (22 december) promoveert Luk Vaes aan de Universiteit Leiden op het onderwerp ‘oneigenlijk gebruik van de piano in positieve zin’. Jammer dat ik daar niet bij kan zijn. Toevallig heb ik twee weken geleden voor het eerst een promotie meegemaakt. Ik heb genoten van het circus rond zo’n promotie, de mores en de aankleding, de al jaren (eeuwen?) oude tradities. Van het onderwerp waarop gepromoveerd werd, kon ik weinig volgen, maar dat was bijzaak.

Van het oneigenlijk gebruik van de piano heb ik echter wel verstand. Ik doe het zelf bijna iedere dag, hoewel in een andere zin dan de promotiekandidaat bedoelt. Die vindt ‘dat in de periferie van het pianorepertoire een stigma kleeft aan het genre van de extended piano techniques’.
Wij, gewone stervelingen, gaan ervan uit dat het bespelen van de piano in de basis niet meer is dan verticaal beroeren van de toetsen, en dan met één vinger per aangeslagen toets. Op zich is dat moeilijk genoeg, gezien het feit dat een piano achtentachtig toetsen heeft en een normaal mens maar tien vingers. Daar komt niet zelden nog bij dat de componist een bepaald metronoomtempo voorschrijft. Wat mij betreft hét recept voor oneigenlijk gebruik van de piano. Ik hoor mijn vader nog roepen als ik me als klein kind voorbereidde op mijn volgende pianoles. ‘Mag die herrie een keer afgelopen zijn?’ of ‘Moet je altijd zo hard spelen?!’

Later leerde ik Harry de Wit kennen. Niet persoonlijk, ik zat meestal in de zaal en hij stond op het toneel. Wat hij deed met een piano was in mijn ogen baanbrekend. Niet altijd om aan te horen, maar zonder twijfel vallend onder de definitie die Luk Vaes bij zijn promotie gaat hanteren. Ik weet niet of de vleugel van het LAK-theater (Leiden) na dat optreden nog gerepareerd kon worden. Harry de Wit vond spelen met alleen toetsen maar een ouderwetse bedoening. Ik vraag me nu zelfs af of de klep van het toetsenbord überhaupt open is geweest. De deksel van de vleugel was in ieder geval wel verwijderd. Het innerlijk van de vleugel werd bewerkt met hamer en sikkel, krantenpapier werd tussen de snaren geschoven en met allerlei drumstokken bewerkt. Er kwam vast ook wat elektriciteit bij kijken, maar dat herinner ik me niet meer zo goed.

Luk Vaes heeft zeventienduizend partituren van 1700 tot 2000 onderzocht op uitgebreide pianotechnieken. Hij kwam tot opmerkelijke ontdekkingen. Voor een stuk van John Cage moet de piano met hooi worden opgevuld. Ergens anders vond hij de aanwijzing om de vleugel in een meer te plaatsen alvorens er Liszt op te spelen. Ook de piano in de hens steken, doormidden zagen of dwars door een muur heen rijden zijn in partituren genoemde pianotechnieken.
Ik ben benieuwd of het een aanschouwelijke promotie wordt. Nogmaals, ik zou er graag bij willen zijn, maar de extreme sneeuwval van vandaag en morgen plus het beperkte maandbudget staat deze wens in de weg. Bovendien is G. morgen jarig en die vindt het vast leuker als ik gewoon thuis ben. Maar ik zal Luk Vaes gedenken door mijn blokfluit ritueel in een pan met spruitjes te koken.

Ook een manier:
http://www.youtube.com/watch?v=bBVe0qe83V0&feature=related

Ontvrienden

friendsEn, bent u vandaag al ontvriend? Of heeft u zelf al flink zitten schrappen in uw Hyves- of Facebookverzameling? Vreemd hoor. Eerst is men laaiend enthousiast over de mogelijkheden tot netwerken die deze digitale gereedschappen bieden en vervolgens dunt men de lijst weer uit en kiest men het werkwoord dat daarbij hoort tot woord van het jaar. Bij een andere verkiezing won – toevalligerwijs – ‘twitteren’, ook zo’n netwerkwoord.

In ‘Bij Nader Inzien’ van Voskuil zegt Paul de vriendschap met een van de andere studenten op. Dat vond hij zelf heel normaal en hij begreep niet dat de rest van de groep daar zoveel heisa om maakte. Ikzelf heb het ook een keer meegemaakt dat iemand te kennen gaf me niet meer te willen zien. Daar bestaat al een woord voor: dumpen.

Het verkiezen van ‘ontvrienden’ als prijswinnend woord houdt een bepaald risico in. Het woord krijgt een soort status en rechtsgeldigheid dat de wollige woordcombinatie ‘de vriendschap opzeggen’ niet heeft. Je moet een escalerende uitwerking van zo’n verkiezing niet onderschatten. Ik voorzie situaties als bij het woord ‘swaffelen’: rijtjes joelende mannen die op de hoek van de straat allemaal met hun geslacht tegen een lantaarnpaal aan staan te slaan om de uitverkiezing van swaffelen te vieren. Ik zie ineens mijn toch al kleine volgersgroep ineenkrimpen tot slechts één. Ik ben bang dat Jan me een mailtje stuurt waarin hij me ontbroert of – erger nog – dat hij Saar en Mattijs heeft ontkinderd!
Morgen staat de buurman misschien wel op de stoep met de vraag of ik voordat hij me ontbuurt nog één keer de hond wil uitlaten. En wat dacht je van een al bestaand woord als ontboezemen? Dat krijgt ineens een heel ongewenste bijbetekenis.

Er zit niets anders op: een hertelling van de stemmen. En dan een móói woord kiezen. Het hoeft niet per se een woord uit 2009 te zijn. Ik stem voor ‘ontluiken’, mits dromerig uitgesproken.

http://www.onzetaal.nl/ot/index.php

Kerstcake kun je niet vroeg genoeg plannen

kerstcakeNaar oud Engels recept

Ingrediënten:
• 2 kopjes bloem
• 1 pakje boter
• 1 kopje water
• 1 theelepel bakpoeder
• 1 kopje suiker
• 1 theelepel zout
• 1 kopje bruine basterdsuiker
• citroensap
• 4 grote eieren
• noten
• 2 flessen wijn
• 2 kopjes gedroogde vruchten

Proef of de wijn goed genoeg is. Neem een grote kom. Proef de wijn nog eens. Om zeker te weten of het topkwaliteit is: kopje vol schenken en opdrinken. Herhaal.
Zet de mixer aan. Kluts een koppie boter in een ruime schuimschaal. Doeder een eetlepel suiker bij. Nog eens klutsen. Dit is het moment om te proberen of de wijn echt nog goed is. Dus nog maar een kopje, voor de zekerheid. Zet dat klutsgeval af. Breek 2 eieren en pleur de toetiefroetie derin.

Schraap dat klerefruit van de grond. Klux de mitser. Als dat kleffe spul aan de klutsers blijft plakken: met schroevendraaier verwijderen.

Eventjes kijken of de wijn nog op chambertuur is. Twee kopjes zout zeven. Of weetikveel. Wijn controllle. Zitroenzap uitperzen en de aarpels afgieten. Eet een lepel, sorry, thee een … lamaar. Suiker! Tuurlijk. Oven invetten. Draai de cake 360 graden en probeer overeind te blijven. Niet vergeten: mixer afklutsen.

Tot slot: flikker die kom het raam uit. Laatste restje wijn wegwerken, en de kat over het aanrecht halen. Naar AH om een cake te kopen.

Krettige pestdagen!

Making money (2)

verbeter_de_wereldKopenhagen: wat kunnen we verwachten van de klimaatconferentie? Iedereen is doordrongen van de bittere noodzaak tot ingrijpen, behalve misschien een handjevol PVV’ers die de opwarming van de aarde juist ontkennen (Richard de Mos, Pauw & Witteman, 8 december 2009). De belangen zijn groot en tegelijkertijd tegenstrijdig. Er zal nog heel wat water door de Amazone moeten stromen, voordat de Eerste, Tweede en Derde Wereld tot een daadwerkelijke oplossing van het probleem zullen komen.

We kennen allemaal de kreet ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. De mens is nu eenmaal niet zo simpel tot daden aan te zetten als zijn eigenbelang daarbij in het gedrang komt. Je kunt dan misschien een intentieverklaring met betrekking tot milieuvriendelijk leven afgeven, maar die verklaring zal waarschijnlijk geen lang leven beschoren zijn, als er niet iets tastbaars tegenover staat. Tijd voor creatieve en baanbrekende ideeën dus.

Misschien is het basisidee achter ‘making money (1)’ (zie column 27 november) zo gek nog niet. Ik heb altijd geleerd dat belonen van gewenst gedrag veel efficiënter is dan het bestraffen van ongewenst gedrag. En door op een bepaalde manier te belonen, kun je verscheidene vliegen in één klap slaan.

Een mens kan op veel verschillende manieren het milieu sparen. Door minder auto te rijden, door de thermostaat een stukje lager te zetten, door afval te scheiden, door planmatiger in te kopen en daardoor minder te hoeven weggooien.
Iedere auto heeft een kilometerteller. Als iedere automobilist nu eens verplicht wordt om tweewekelijks de kilometerstand te noteren en in te sturen naar het ministerie van milieu. Als uit de kilometerstand blijkt dat er in die periode minder kilometers zijn gereden, dan wordt er een beloning in de vorm van biobonnen uitgereikt. Deze bonnen kunnen alleen besteed worden aan vlees-, vis en groentewaren die afkomstig zijn uit de biologische landbouw en veeteelt. Hiermee stimuleer je tegelijkertijd de grote supermarktketens om hun assortiment dier- en milieuvriendelijk vlees uit te breiden, waarmee de biologische boeren weer ondersteund worden.
Ieder huis heeft een energiemeter, die het gas-, water- en elektriciteitsverbruik meet. Tweewekelijks controleren. Zodra blijkt dat de gebruiker zuiniger aan heeft gedaan, worden biobonnen verstrekt. Zo ook met de hoeveelheid afval. Hoe minder afval, hoe groter de beloning.

Hoe dit allemaal te realiseren? Er zitten ongetwijfeld veel haken en ogen aan deze voorstellen (fraudegevoeligheid, praktisch onhaalbaar, schendt de privacy), maar er is vast wel ergens een knappe kop te vinden die die oneffenheden weet glad te strijken. Heb ik ook geleerd: waar een wil is, is een weg.

Voor de mensen die geen beloning nodig hebben:
http://www.animalfreedom.org/paginas/informatie/doen.html

Wegrestaurants

schnitzelparadijsWegrestaurants brengen bij mij altijd een merkwaardig gevoel teweeg. Onwillekeurig associeer ik ze met lange zuidelijke vakanties, croissants en uitstallingen met knapperige salades. De uitbaters van deze restaurants doen er van alles aan om hun eetwaar zo aantrekkelijk mogelijk uit te stallen en, eerlijk is eerlijk, vaak lukt ze dat ook wel. Daarbij zijn de prijzen over het algemeen alleszins redelijk te noemen. Wat wil je als klant nog meer? Je bent in een vakantiestemming, het eten ziet er heerlijk uit en het kost ook nog eens geen drol. En als klap op de vuurpijl hoef je niet eens af te wassen.

Na de kassa valt de rauwe werkelijkheid op je dak. Eenmaal aangekomen in het eetgedeelte van het restaurant word je geconfronteerd met de etensresten en smoezelige servetten van de vorige klanten. Niet iedereen brengt zijn of haar dienblad terug naar de daarvoor bestemde trolley, dus het uitzicht wordt ineens een stuk minder aangenaam. Ineens valt je op dat niet alle vrachtwagenchauffeurs eetmanieren hebben geleerd. Bij de eerste hap blijkt dat je je weer flink beet hebt laten nemen door de aanlokkelijke fotografie boven het warmvlees- en knapperigegroentenbuffet. Nu weet je ook waarom het eten zo aantrekkelijk geprijsd is. Wegrestaurants staan er niet om bekend dat daar driesterrenkoks achter het fornuis staan. Ze nemen genoegen met de eerste de beste afgestudeerde vmbo-student voeding. Vriendelijk is hij zeker, maar of hij het verschil weet tussen een gebakken aardappel en een gebakken aardappel is wat mij betreft zeer de vraag.

Deze week had het …-restaurant te V. de schnitzel in de aanbieding. Nu had ik al een tijdje (vanwege het feit dat je niet weet wat er onder zo’n korst allemaal schuilgaat) geen schnitzel gegeten en ik liet mij verlokken. Er stond vermeld dat het om een XL-schnitzel ging, dus ik bofte dubbel . Bij het opscheppen van het bord bleek het niet om een XL, maar om een XXL te gaan. (Volgende keer leesbril meenemen!). Ik was te verbouwereerd om terug te komen op m´n keuze. Op het bord was nauwelijks nog plaats voor de aardappels of groenten – wat achteraf niet erg was, want die waren ook niet te vreten. Wel werd een royale portie champignonsaus over het vlees gegoten. Het stuk vlees, ter grootte van een flink fietszadel, smaakte als een fietszadel, maar dan een fietszadel met zenen erin. Ik schaamde me diep dat ik tot deze diepte was gezonken en dat ik er weer was ingestonken. Thuis eet ik altijd netjes alles op – er is ook geen enkele reden te vinden om dat daar niet te doen – maar in deze wegtent heb ik meer dan de helft van m’n XXL-varken weer ingeleverd. Er ligt hier een schone taak voor de minister van landbouw…

Volgende keer brood mee en gewoon weer in één ruk naar huis.’

De film was leuker: http://www.hetschnitzelparadijs.nl/

Rondleiding verplicht

draaiorgelHet is me talloze keren door kinderen uit mijn klas gevraagd: Meester, waarom moeten we dit weten? Dat is toch al allemaal voorbij? Dan putte ik me soms wel eens uit in termen als ‘leren waarderen van wat je nu hebt in vergelijking met vroeger’, ‘leren van fouten uit het verleden’, maar meestal hadden dat soort oubollige argumenten alleen maar tot gevolg dat de kinderen de geschiedenisles nog veel saaier vonden. Geschiedenis is gewoon een leuk vak, want er is zoveel moois en interessants te melden en er is zoveel gebeurd om je over te verwonderen. Natuurlijk probeer je de kinderen ook aan te leren dat Thorbecke niet de keeper van FC Barcelona is en dat de Romeinen niet de tegenstanders in WOII waren. Feitenkennis is onontbeerlijk om daadwerkelijk een historisch besef te ontwikkelen.

Niet zo lang geleden was ik in Utrecht en had ik nog een klein uurtje over, voordat ik naar mijn volgende afspraak moest. Ik besloot om naar het Nationaal Museum van Speelklok tot Pierement te gaan. Ik had het geluk dat ik me kon aansluiten bij een rondleiding. Die was weliswaar al een tijdje bezig, maar dat was geen bezwaar. De gids was een jonge enthousiaste (ik vermoed) muziekgeschiedenisstudent, die er niet voor terug deinsde om als dat in zijn verhaal paste, in luid zingen uit te barsten.

Ik leerde waarom er in vergelijking met andere landen zoveel draaiorgels in Nederland zijn. Ik weet nu waar het woord smartlap vandaan komt. Ik heb vol bewondering gekeken naar de technische hoogstandjes van de peperdure en hypergeavanceerde pianola’s. Toegegeven, het zijn geen wereldschokkende feiten, maar wel feiten die ik niet snel zal vergeten. Feiten die een geschiedenisles interessant en leuk kunnen maken en die kinderen in staat stellen verbanden te leggen.

Geschiedenis is hot. Dat is te merken aan bijvoorbeeld de vele televisieprogramma’s (Andere Tijden, De Oorlog, de Grote Geschiedenisquiz). De invoering van de geschiedeniscanon is tekenend voor hoe men in de politiek en het onderwijs denkt over het belang van geschiedenisonderwijs.
Museumbezoek zou eigenlijk een onderdeel van die geschiedeniscanon moeten zijn. Maar dan niet alleen de canon van de basisschool; ook die van de pabo. Rondleiding verplicht.

http://www.museumspeelklok.nl

What’s in a name

hetbureau‘Het Bureau’ heeft inmiddels een flinke schare trouwe volgelingen opgebouwd, al zullen er ook talloze lezers al bij de eerste tien pagina’s zijn afgehaakt en nooit meer een exemplaar van het achtdelige levenswerk van J.J. Voskuil hebben opgepakt . Ikzelf behoor tot de eerste groep. Vaak schaterend van het lachen lees ik de gesprekken tussen Maarten Koning en zijn vrouw Nicolien, die steevast uitmonden in een knetterende ruzie. Ook de bijna schaamteloze manier waarop Voskuil de eigenaardigheden van zijn collega’s weet te omschrijven is uniek.

Maarten Koning is ‘wetenschapper’. Hij twijfelt er zelf regelmatig aan of zijn werk wel zinvol is en schaamt zich over zijn riante salaris. Al de gegevens waar hij onderzoek over doet, worden alleen maar gearchiveerd en dienen in zijn ogen geen ander doel dan het aan het werk houden van een groepje gemankeerde volksonderzoekers.

Voskuil is al een tijdje dood, maar een van de onderzoeken die ongetwijfeld in zijn boeken aan bod kwam, heeft uiteindelijk zijn beslag gekregen. Op een speciaal daarvoor ontworpen website is het mogelijk om uit te zoeken hoe vaak een bepaalde achternaam in Nederland voorkomt. Het enige dat je hoeft te doen is je achternaam typen in het daarvoor bestemde kadertje en je krijgt een kaart van Nederland voorgeschoteld, waarop je kunt zien in welk gebied de naam geregistreerd staat en hoe vaak. Uiteraard zoek je als eerste naar je eigen naam. In Berkelland komt de naam Walter inderdaad voor: de mijne. En zo te zien ben ik waarschijnlijk de enige (als er meer dan vier exemplaren zijn, wordt het getal vermeld). In Leiden zijn het er achttien. Waarschijnlijk allemaal broers, neven en ooms van me. Zo te zien heeft de familie zich in de loop der jaren redelijk netjes over Nederland verspreid.
Uiteraard zoek je verder en kom je tot aardige ontdekkingen. Zo komt de naam Smith veel meer voor dan Jones. De familie Plum heeft zich geconcentreerd rond Kerkrade. Pasternak komt voor, maar daar is ook alles mee gezegd. Er bestaan geen mensen die Vleesnat of Brombeer als achternaam hebben. De naam Brunswijk komt bijna alleen voor in de grote steden en de naam Yilderim alleen in Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven (oftewel Ajax, Feyenoord en PSV).

Misschien geneerde Voskuil zich terecht. Maar of het nuttige wetenschap is of niet, het opzoeken van eigen en fictieve achternamen is in ieder geval een aardig tijdverdrijf . En ik ‘ben op de kaart gezet’, zoals dat zo mooi heet als je ineens belangrijk geworden bent.

http://www.meertens.knaw.nl

Suarez heeft ook wel eens een mindere dag

suarezGoedemorgen zaterdagmiddagvoetbalheren,

Ik weet niet hoe het met jullie is gesteld, maar mij kan je zondagochtend altijd opvegen. Allerlei spieren waarvan je normaal gesproken niet beseft dat je ze hebt, doen zeer. Over het algemeen neem je dit ongemak op de koop toe, in het besef dat je een lekkere stoeremannenpot hebt gespeeld en jouw aandeel in de overwinning hebt geleverd. Dit keer moet ik echter diep door het stof. Dit keer geen splijtende passes, oogstrelende passeerbewegingen en vlammende afstandsschoten. Dit keer alleen blunders, afzwaaiers en kolderieke buitelpartijen. Als een vijfde colonne zwierf ik over het veld. Mijn aanwezigheid in het team was een garantie voor de winst … die van de tegenstander wel te verstaan. De wetenschap staat voor een groot raadsel. Hoe komt het dat de ene keer bij elk balcontact alles in goud verandert en de andere keer in vette, kleverige modder?

Ajax: elf tegen negen spelers, twee gemiste penalty’s, een kans voor open goal missen. Suarez kan ervan meepraten. Hij heeft er misschien een verklaring voor, al heb ik het idee dat de vertaler een beetje heeft zitten slapen en zelf ook een abominabele wedstrijd achter de rug heeft.
http://www.youtube.com/watch?v=qVJTdx3Kte4

Even serieus, mannenbroeders. Als je echt een paar mooie doelpunten wilt zien, klik dan hierop: http://www.volkskrant.nl/redirect/article1323739.ece
Daar valt die ene van gisterenmiddag volledig bij in het niet, al moet gezegd worden, dat je voor een oudere jongere nog best een aardig balletje trapt, Wim.

In your dreams!

martinebijlIk heb van de week toch over Martine Bijl gedroomd! En nu loop ik al dagen te prakkiseren over het waarom. Normaal gesproken droom ik over het eerste meisje op wie ik verliefd was (wensdroom) of dat ik voor de klas sta (angstdroom) of dat ik probeer ergens naartoe te lopen en dat ik iedere keer door m’n knieën zak (ultieme angstdroom).
Nu is het niet zo dat ik Martine Bijl geen leuk mens vind. Ze mag er best wezen, het is een vrolijke tante, ze heeft gevoel voor humor en ze kan geloof ik aardig zingen, al staat me dat niet zo goed meer bij. Maar waarom ze ineens in een van m’n dromen verschijnt, is me een raadsel. Mevrouw Bijl speelt helemaal geen rol in m’n leven, en zal dat waarschijnlijk ook nooit doen.

Nu wilt u natuurlijk weten, wát ze deed in mijn droom, maar daar ga ik maar niet op in. We zullen maar zeggen, dat ik me dat niet meer kan herinneren. Ik geef toe dat als ik werkelijk de betekenis van haar verschijning wil weten, dat ik dan met de billen bloot moet, maar dat moet dan maar binnenskamers en bij iemand met een beroepsgeheim.

Overigens vind ik dromen, naast voetballen en lekker eten, een van de aangenaamste bezigheden die er zijn. Elke ochtend is dan ook de eerste vraag die G. en ik aan elkaar stellen of we leuk gedroomd hebben. Als dat het geval is, begint de dag in ieder geval met een lach, want altijd (op de incidentele angstdroom na – die vaak ook nog wel een komisch element bevat) is er wel een opmerkelijk en hilarisch detail te vermelden. Overigens heeft G. ook een beroepsgeheim, dus het heeft geen zin hierover met haar te corresponderen.

Ik heb in mijn onderwijsloopbaan een keer drie maanden met kleuters gewerkt. Elke dag begin je in de kring. Om niet elke dag weer te verzanden in oeverloze gesprekken, draag je af en toe een thema aan. Zo heb ik een keer in de groep verteld, in het kader van het onderwerp ‘dromen’, dat ik ’s nachts had gedroomd dat er een paard op mijn schuurdak stond (wat ook daadwerkelijk zo was, ik verzin het niet). Het was overigens niet in de sinterklaasperiode, dus die link legden de kinderen niet. Ze vonden het in al z’n eenvoud gewoon een prachtig verhaal. Maar de volgende dag heb ik het geweten. Tijdens het kringgesprek staken er meer kinderen dan normaal hun vinger op om aan te geven, dat ze iets wilden vertellen. Zo’n beetje de gehele groep had ’s nachts gedroomd van dieren op het dak. Hele veestapels trokken langs. Blijkbaar hadden de kinderen en masse gedacht dat ik ze huiswerk op had gegeven om over dieren op het dak te dromen.

Vannacht hoop ik Martine Bijl op het dak te treffen, die me gaat vertellen wat ze in mijn droom doet.

http://www.allesoverdromen.nl/

Wat geef ik m’n dochter / zoon? Een boek!

briefvoordekoningJe hoort ze weer bijna dagelijks op de radio. De reclames met: ‘Wat zullen we oma dit jaar met sinterklaas geven? Opblaasbare jubileumcijfers? Een boek! Magnetronsloffen? Een boek! Een vrijdagmiddaghamer? Een boek! Een hoestend asbakje? Wat zeg ik nou? Een boek! Geef een boek! Want van boeken krijg je nooit genoeg.

Twee keer ben ik overgegaan tot het verkopen van mijn voorraad kinderboeken. Allebei de keren op het moment dat ik spuuggenoeg had van lesgeven. De in de loop van de jaren kocht ik alle prijswinnende en jubelend besproken kinderboeken die er maar op de markt kwamen. Voorlezen is altijd een vast programmaonderdeel van mijn lesdagen geweest. Maar toen ik ineens niet meer voor de klas stond, dienden de boeken geen doel meer. Ze namen kastruimte in die ik veel beter kon gebruiken en de opbrengst van de boeken bleek een aardige aanvulling op m’n investeringsbudget.

Ik kon het niet over m’n hart verkrijgen om ze allemaal weg te doen. Er zijn namelijk behoorlijk wat kinderboeken die eigenlijk voor volwassenen bedoeld zijn. Zo heb ik alle dierenverhalen van Toon Tellegen gehouden. Pure humor, maar ook taaltoverij en diepe filosofie. Ook de boeken van Guus Kuijer (Olle, de Madeliefserie, maar vooral ‘Het boek van alle dingen’) mogen in geen boekenkast ontbreken.

Voor een onderwijsblad heb ik een keer een lijstje samengesteld van in mijn ogen essentiële kinderliteratuur. Voor wie dat artikel per ongeluk heeft gemist, een beknopt bloemlezinkje:
• Tonke Dragt: ‘De brief voor de koning’. Gekozen tot beste kinderboek van de afgelopen vijftig jaar. Avontuurlijk, spannend en ontroerend tot op de laatste pagina.
• Guus Kuijer: ‘Olle’. Over de hond van de schrijver. Laatste hoofdstuk: ik hou het niet droog.
• Toon Tellegen: de dierenverhalen. Korte A4-verhalen. Humor en diepgang. Een heel nieuw soort taalgebruik.
• John Boyne: ‘De jongen in de gestreepte pyjama’. Over het zoontje van een Duitse officier die zonder dat hij het beseft, naast een concentratiekamp woont. Hij sluit vriendschap met een jongetje met een gestreepte pyjama. Indringende oorlogsliteratuur, maar voor kinderen geschreven.
• Bibi Dumon Tak: ‘Laika tussen de sterren’. Korte verhalen over interessante geschiedkundige en wetenschappelijke onderwerpen, waarbij dieren een belangrijke rol spelen. Uitgegeven ter gelegenheid van een kinderboekenweek met als thema ‘dieren’.
• Roald Dahl: GVR, Matilda, Danny de wereldkampioen. Allemaal even mooi.

En nog veel meer moois. Dus als je nog even een sinterklaascadeautje moet kopen en je weet het niet meer zo goed. Geef een boek! Een boe-hoek! Want van boeken krijg je nooit genoeg.

http://www.kjoek.nl/

Ramses Shaffy, een reus geveld

ramsesshaffyGisterenavond hoorde ik op de autoradio dat Ramses Shaffy was overleden. Op alle zenders werd ineens zijn muziek gedraaid en zijn leven bespiegeld. De mateloze, de warmbloedige, de onvoorspelbare. ‘Hij heeft de ramen opengezet in truttig Nederland’. Later op de avond Joop Admiraal op de televisie die zei, dat iedereen verliefd op hem was. In De Wereld Draait Door (leve Uitzending Gemist) gaat het alleen maar over Shaffy, beelden uit zijn sterke jaren, maar ook beelden waarin hij (tot grote boosheid van Martin Simek) als een emotionele, seniel ogende oude man wordt neergezet. NOVA, EenVandaag, RTL Boulevard, iedereen probeert een graantje mee te pikken en een originele one-liner te ontfutselen aan de geschokte Ramsesfans.

Wat mij in de auto verbaast, is het feit dat slechts luttele uren na zijn overlijden een herinneringsconcert wordt gegeven dat klinkt alsof er al weken voor gerepeteerd is. Lag er al een draaiboek klaar? Heeft iemand zijn dood zien aankomen en heeft die in een ijltempo alle zangers en zangeressen die iets in de Nederlandse muziekbusinessmelk te brokkelen hebben, opgeroepen om alvast alle teksten van Shaffyliedjes uit het hoofd te gaan leren?

Herman van Veen is na een instrumentale medley van bekende liedjes (massaal orkest, mooie arrangementen, alle toeters en bellen zijn gebruikt) de eerste die vocaal mag bijdragen aan het afscheidsconcert. Het staat me niet meer bij met welk lied. Altijd als ik Herman van Veen hoor zingen en praten vraag ik me af bij welke logopedist hij zo heeft leren spreken. Alsof hij voortdurend de lipleesprijs wil winnen. Die gedachte leidde me wat af van de inhoud van het gezongene. Daarna is het de beurt aan Willeke Alberti, en, als ik het goed gehoord heb, ook nog Frank Boeijen.

Afgezien van de bijna traditioneel wordende nationale rouwceremonies, als er een BN’er het eindige voor het eeuwige verruilt (André Hazes ligt nog vers in het geheugen), moet wel gezegd worden dat Ramses Shaffy een belangrijke muzikale betekenis heeft gehad en mooie liedjes schreef. In ieder geval meer dan Vader Abraham (zie column van enkele dagen terug) of, ik noem maar een dwarsstraat, Frans Bauer, hoe amusant de laatste soms ook uit de hoek komen kan. Maar ik kan me toch ook voorstellen, dat Ramses zelf bij het zien van dit collectieve herdenkingsceremonieel denkt: Laat me, laat me, laat me nou maar met rust.

En de mensen die echt verdriet om hem hebben, wens ik veel sterkte toe bij het dragen van dit verlies.

Een van de mooiste vertolkingen van ‘Mens, durf te leven’( het is wel geen nummer dat Ramses Shaffy heeft geschreven, maar toch een soort levensmotto) die ik ken is van Wende Snijders, een betrekkelijk nieuw fenomeen in de Nederlandse ‘lichte muziek’:

http://www.youtube.com/watch?v=pPp0I4fA6Lw

Lijstjestijd

lijstjes1 december. Tijd voor het schrijven van lijstjes. Eerst de verlanglijst voor sinterklaas, daarna de boodschappenlijst voor kerst, dan de lijst met voornemens voor 2010. Daartussendoor nog even de top 2000 voor de popliefhebbers, de klassieke top 100 voor de wat beschaafdere ouderen onder ons, en de heavy metal top 1000 voor de doven.
Maar dit keer maken we niet alleen vooruitkijklijstjes. We staan aan het eind van het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw en het is een goede gewoonte van de homo sapiens om een toplijst samen te stellen van de meest in het oog lopende voorvallen van de afgelopen jaren. Ronde getallen zijn gemaakt om gevierd te worden.

SBS6 heeft geen aanleiding nodig voor het vieren van de 25 meest … (vul maar in). De 25 Meest Hilarische Verborgen Cameramomenten, de 25 Meest Hilarische TV-momenten van 2009, de 25 Leukste Oer-Hollandse Gewoontes, de 25 Meest Hilarische Imitaties Ooit.

Let op het gebruik van de hoofdletters. Voor een volgende reeks hebben ze bij SBS6 niet meer voldoende aan de beginhoofdletters en moeten ze iets anders gaan verzinnen om het nog spectaculairder en overtreffender te maken. Het gebruik van alleen uitroeptekens zal niet meer voldoen. De hele styling van de titels moet op de schop. Hilarisch is niet genoeg, ‘uitzinnig’ is het nieuwe toverwoord.

‘De 25 MEEST UITZINNIGE Neuscorrecties ALLER TIJDEN!!!’
‘De 25 MEEST UITZINNIGE Versprekingen VAN NIEUWSLEZERESSEN!!!’
‘De 25 MEEST UITZINNIGE Uit Jurken Ploepende Borsten VAN DEZE WEEK!!!’
‘De 25 MEEST UITZINNIGE Flauwe En Platte Grappen Van Paul De Leeuw DIE DE TV NET NIET HAALDEN!!!’

Ook ik kijk regelmatig terug. Herinneringen ophalen is een mooi tijdverdrijf. Het schept een band en kan je het gevoel geven, dat je niet voor niets hier op deze aarde rondloopt. Toevallig vond ik bij het zoeken naar een of ander document voor de belastingen een map met al de sinterklaasgedichten die Greet en ik voor elkaar geschreven hebben in de periode dat we nog niet van elkaar af konden blijven (het gaat nu wat beter, dank u). Bij het voorlezen van een van die verzen moest Greet zo ontzettend lachen, dat de rugpijn die haar de nacht daarvoor uit de slaap had gehouden, subiet verdween.
Hoewel onderstaande gedichten eigenlijk privé zijn, mogen volgers van dit weblog toch een kijkje nemen in de keuken van onze toen prille relatie.
Mijn top 5 (gezien de overdaad aan het materiaal volstrekt willekeurig):
5.
Sint waakt over Joost zijn charmes, en als soms – jakkieboe! –
Joostjes mondje weer eens zuurbekt, steekt Sint hem een pottertje toe. (Piet Frisbek)
4.
Sint waakt over Joost zijn charmes; manlijk schoon mag nooit verloren.
Gooit Joost zelf er met de pet naar, dan wast Sint hem beide oren.
3.
Voor mijn liefste, die zo trouw steeds daaglijks naar mijn gunsten dingt.
(‘k Mag wel hopen dat je hierna niet zo uit je giechel stinkt!)

(Het moge duidelijk zijn, dat ik in de beginperiode van onze liefde nog niet de ideale man was die ik nu ben)

2.
Dikwijls is Joost
Op zichzelf het boost
Als hij stomme blunders maakt.
Want hij raakt – oei! –
Zo in de knoei,
Als hij dubbel heeft afgespraakt.

Met stip op 1.
HET CONSULT

JOOST:
Je weet, Sint, als man ben ik heel toegewijd,
maar ik kan zo doodmoe worden van die meid.
Waarom zou ze toch aldoor maar willen?
Komt het soms door mijn volslanke billen?
Geheid, in de badkamer krijgt ze de rage;
Toch zorg ik steevast voor camouflage!
Ik draag onderbroeken per strekkende meter;
Die knellen niet zo, dus dat lijkt me veel beter.
Een onderbroek, vind ik, moet lekker ruim vallen.
Dat geeft ventilatie aan piemel en ballen.
Het zorgt ook voor warmte tegen koudjes en kwalen,
Je kunt ze per slot tot je oksels ophalen.
Sint, wil me toch raad en uitkomst geven,
Doe er iets aan, want zó heb ik geen leven.

SINT:
‘k Heb onlangs hierover met Freud nog gebeld;
Ik ben dan ook blij dat u deze vraag stelt.
Mijn motto luidt hier: kanaliseren!
Men dient steeds de lusten te sublimeren.
Wat doet men met lastige hitsige meiden?
Men moet ze als ’t ware naar ’t hogere leiden.
Moderne kunst lijkt me hier zeer geschikt:
’t Is zaak dat u op de esthetica mikt.
Ik schrijf u een broek voor in verantwoorde kleur.
Die past dan meteen in het interieur.
Zo zal zij, wanneer u halfnaakt staat te prijken,
Veeleer naar de kunstzinnige kant ervan kijken.
Zij zal u gaan zien als een mooi schilderij,
En u heeft des morgens een half uurtje vrij.
In lekentaal heet dat: voor afleiding zorgen.
Da’s dan vijftig gulden; dag meneer, goede morgen.

Ach, ik mis ze wel, al die fraaie gedichten. Gelukkig zijn de lijstjes die Greet nu elke week op donderdagavond samenstelt (de menu’s voor de komende week) net zo mooi.

Kom je er zelf niet uit, dan zijn er tal van gedichtenservicebureaus. Bij ons kosten ze €25 per stuk. Ze rijmen en lopen, bieden lach en een traan. We schrijven ze pas, als ‘t bedrag is voldaan.

Ook kun je terecht op
http://www.sinterklaasgedichten.net/

Crash

computeragressieHet gebeurt iedereen een keer, in erge of minder erge vorm. Je computer crasht of een programma weigert ineens om onverklaarbare redenen dienst. Nietsvermoedend open je ’s ochtends je e-mailprogramma. Je drukt op de knop ‘Verzenden/Ontvangen’ en ziet de procentjes rechts onderaan het scherm naar de honderd schieten. Vierentwintig mails vandaag, waarschijnlijk voornamelijk spam, maar onwillekeurig hoop je toch dat er opdrachten tussen zitten of reacties van mensen die melden met veel plezier je blog te hebben gelezen of de mededeling dat iemand een erfenis aan je heeft nagelaten – oh nee, dat is natuurlijk spam.
Vreemd genoeg staat er achter Postvak IN geen getalletje tussen haakjes, en achter Ongewenste e-mail evenmin. Nog maar een keer proberen. Helaas, geen resultaat. En dan de gevreesde foutmelding:

‘Kan Microsoft Office Outlook niet starten. Kan het Outlook-venster niet openen. Kan de set mappen niet openen. Er zijn fouten opgetreden in het bestand C:\Users\User\Appdata\Local\Microsoft\Outlook\Outlook.pst. Sluit Outlook en alle toepassingen af die gebruikmaken van e-mail en gebruik het hulpprogramma voor het Postvak IN (Scanpst.exe) om fouten in het bestand vast te stellen en te repareren. Meer informatie over het hulpprogramma voor Postvak IN vindt u in de Help.’ (Erg handig dat die informatie onder de helpfunctie zit, vooral als je het programma niet kunt openen, maar dat terzijde.)

Ik weet wel iets van computers, maar bij zo’n boodschap raak ik altijd een beetje van streek. Nu heb ik bij anderen wel eens gezien hoe ze zo’n probleem te lijf gaan. Je gaat naar Google, tikt een mooi zoekwoord in – in dit geval ‘Scanpst.exe’ – en je kijkt wat het oplevert. Zo te zien hebben er meer mensen met het probleem gezeten, want ik stuit gelijk op een soort repareerprogramma. Downloaden en uitpakken dan maar. Helaas zijn de meeste van dit soort programma’s in het Engels. Nu is m’n Engels niet zo slecht, maar technisch computerjargon is toch van een heel andere orde. Op goed geluk klik ik op de meest voor de hand liggende knop, ik blader naar de map waar het beschadigde bestand zich bevindt en kies met samengeknepen billen de knop ‘REPAIR’. Er gebeurt zowaar wat. Een hele waslijst met oude mailtjes zoeft over het scherm, ik zie voortdurend het woordje ‘recovered’ verschijnen. Het lijkt erop dat alles goed gaat. Links verschijnen er mappen, die verdomd veel lijken op de mappen die de gehele dag al niet meer bereikbaar zijn. Er komt zelfs een bemoedigend dialoogvenster met de boodschap dat alles in orde is, of woorden van gelijke strekking. Nadat nog een aantal benodigde wachtwoorden en instellingen zijn ingevuld, opent Sesam zich en is Outlook terug! Ik open de IN-box. Eén boodschap: Welkom bij Outlook. Ik open mijn contactpersonenmap. Ik heb ze niet geteld, maar die bevat tientallen demokaartjes. Gelukkig herken ik ook nog wat namen, maar andere gegevens, zoals telefoonnummers of e-mailadressen staan er niet bij. Totaal onbruikbaar dus. Mijn mailverkeer van de afgelopen anderhalve maand is vooralsnog foetsie. Wie weet helpt het als ik Outlook opnieuw start. Zo gezegd, zo gedaan. Drie keer raden welke foutmelding er op het scherm verschijnt: ‘Kan Microsoft Office Outlook niet starten. Kan …’

Gelukkig werkt Windows Mail nog wel, dus wat er vanaf nu binnenkomt, kan ik gewoon ophalen, maar iedereen die tussen 28 oktober en 30 november een mail naar grejo@xs4all.nl heeft gestuurd, zal tevergeefs wachten op een antwoord, tenzij ik morgen of overmorgen een oplossing aangedragen krijg door een meelevende lezer.

De redder der natie

vaderabrahamGoddank. Nederland is gered. Het brengt voor het volgende Eurovisie Songfestival Pierre Kartner in stelling! De door de TROS als een van Nederlands grootste componisten omschreven Kartner is bekend geworden met onder andere het mooie vers: ‘Uche, uche, uche, uche, uche, het stikt hier van de muggen’ en ‘Ze lag daar zwaar gewond, een glimlach om haar mond’. Het smurfenlied veroverde indertijd de gehele wereld en is, als ik me goed herinner, uitgebracht in 42 talen, waaronder Japans, Fins, Koerdisch en Swahili. Als dat geen garantie is voor kwaliteit, dan weet ik het ook niet meer. Kartner zelf zegt, dat dit de grootste opdracht is die hij de laatste tijd heeft gekregen en dat het voor hem een grote eer is dat hij is uitgekozen. Het is nog niet duidelijk wie het nummer gaat uitvoeren, maar ik ga ervan uit dat een soortgelijke coryfee als Vader Abraham gezocht gaat worden. Je moet tenslotte hoog inzetten wanneer je als muziekland bij uitstek al twintig jaar geen deuk in een pak boter hebt gezongen.

Ik heb wel een paar suggesties. Patty Brard lijkt me een goede keuze. Die heeft haar sporen ruimschoots verdiend en heeft zich nu ook geprofileerd als serieuze celebritynieuwslezeres by SBS6. Een groot talent, dat ongetwijfeld hoge ogen zal gooien. Misschien André-Hazeskloon Frans Duits, dan weet je gelijk zeker dat je van zowel Frankrijk als Duitsland twaalf punten krijgt toebedeeld. Dan moet het lied wel gaan over de liefde voor je moe-oeder of je oma in een verzorgingstehuis. Maar ik vermoed dat Kartner daar wel weg mee weet. We kunnen het ook over een wat lolliger boeg gooien. Een mooi drinklied, vertolkt door Bonnie St. Claire. Een lied kan pas echt winnen als het de vertolker als een jas past. ‘Iertje, iertje, iertje, iertje, iertje. Ik lust nog wel een biertje. Onnik, onnik, onnik, onnik, onnik, nee, doe toch maar gin-tonic (waarna een snel tussendoor gesproken zinnetje: maar dan zonder de tonic).

Jaren geleden werd er een wedstrijd uitgeschreven. Nederlandse muzikanten (musici was een te serieus woord) werden uitgenodigd om een tekst en een melodie te schrijven voor het komende songfestival. De bedoeling van het initiatief was om nieuw talent te ontdekken en niet iedere keer in hetzelfde cirkeltje van componisten en tekstschrijvers rond te draaien. Het lied diende aan een aantal criteria te voldoen. Het moest precies drie minuten lang zijn, het moest Nederlandstalig zijn, het moest een makkelijk in het gehoor liggend meezingrefrein en naast twee gewone coupletten een afwijkend couplet bevatten. Ik heb me er toen aan gewaagd, en, al zeg ik het zelf, een mooi, swingend lied geschreven dat aan elke voorwaarde voldeed. De tekst was alleszins acceptabel, al was het idee een beetje gepikt van Nina Simone’s ‘Ain’t got no – I got life’. Ik heb het opgenomen bij Rens van der Meer, zelf de tweede stem erbij ingezongen en de demo, nadat die door Rens was afgemixt, opgestuurd. Nooit meer wat van gehoord. Het liedje dat gekozen werd, was geschreven door Henk Westbroek (uit het welbekende bovengenoemde cirkeltje) en behaalde uiteindelijk de zesde plek. Toegegeven, niet slecht, maar als mijn inzending niet bij de post was zoekgeraakt, was ik nu ongetwijfeld bijgeschreven geweest in de boeken van het Eurovisie Songfestival.

Wie wil weten hoe het Rens van der Meer is vergaan: http://www.thrills.nl/wie.html

Making Money (1)

biggetjesAfgelopen week kreeg ik een mailtje van een vriend uit Engeland, waarin een wel heel speciale manier van geld verdienen wordt gedemonstreerd. Niet de inmiddels bekende frauduleuze praktijken van ‘Nigeriaanse of Russische barristers’ die de erfenis van een rijke oliemagnaat eerlijk willen verdelen, maar daar eerst een klein voorschot voor willen ontvangen. Ook gaat het niet om de valse MicroWord Lottery – pas op, het lijkt alsof Microsoft hier iets mee van doen heeft; niets is minder waar.

Het zal de persoon om wie het gaat, waarschijnlijk geen stuiver, of in dit geval penny, hebben opgeleverd, behalve dan eeuwige roem en misschien vermelding in Britse boeken over humor.

De brief schijnt echt verstuurd te zijn aan David Miliband, voormalig Secretary of State for Environment, Food and Rural Affairs en de huidige Britse minister van Buitenlandse Zaken, en begint aldus:

Dear Secretary of State,
My friend, who is in farming at the moment, recently received a cheque for £3,000 from the Rural Payments Agency for not rearing pigs… I would now like to join the “not rearing pigs” business.

Waarna hij enkele vragen stelt over het niet fokken van welke soort varkens het meest oplevert en of het niet fokken van 5.000 varkens meer oplevert dan het niet fokken van 2.500. In dat geval zou hij graag over willen gaan tot het niet fokken van 40.000 varkens.

De briefschrijver gaat nog wat verder. Naast het niet fokken van varkens komt hij misschien ook in aanmerking voor subsidie voor het niet gebruiken van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. Ook heeft hij wel belangstelling voor het niet fokken van vleeskoeien – of melkkoeien, als dat het ministerie beter uitkomt.

Als klap op de vuurpijl vraagt hij ook nog of hij gezien het feit dat hij allerlei dingen niet doet, in aanmerking komt voor een werkloosheidsuitkering. In ruil daarvoor wil hij ook nog wel op de labourpartij van David Miliband stemmen.

Ik heb zelf ook nog enkele plannen op de rol staan. Het niet maaien van het gras lijkt me een duidelijke reden voor subsidie. Het niet rijden met de auto is uiteraard al beproefd, maar geldt in mijn geval in ieder geval in ruime mate. Ook voor een subsidie voor het niet maken van lawaai na elf uur ’s avonds kom ik in aanmerking. Voorts wil ik kinderbijslag voor het niet hebben van kinderen, ik wil m’n collegegeld terug omdat ik niet meer voor de klas sta en dus geen kinderen mishandel en voor het niet lid zijn van een criminele organisatie moet ook ruim gedokt worden. Voorts vloek ik bijna nooit en wassen we thuis op maximaal 30 graden.

Mocht je interesse hebben in de volledige Engelstalige versie van de brief, reageer en ik zend je een kopie. Uiteraard wordt een kleine bijdrage voor het niet versturen ook gewaardeerd.
Gironummer 40 55 143, t.n.v. Joost Walter.

http://www.varkensenzo.nl/NL/index.php?file_id=70

Dexter

dexterHelaas, Dexter is alweer afgelopen. Althans, de eerste serie: twaalf delen. Een nieuw idee van de VPRO: de serie op elf achtereenvolgende avonden uitzenden – om 11:00 ’s avonds, als een normaal mens in bed ligt – maar tegelijkertijd op de site de mogelijkheid geven om de afleveringen, weliswaar gedurende een beperkte periode, terug te zien. Ben benieuwd of het experiment geslaagd is. De laatste aflevering, de ontknoping, werd door 225.000 mensen bekeken.

Is dat veel? Geen idee. Ik heb er in mijn beperkte kennissenkring niemand over gehoord. Terwijl het toch een kwalitatief hoogstaande serie is.

Dexter is een seriemoordenaar, met dit verschil dat hij alleen ‘de slechteriken’ ombrengt, een soort Robin Hood dus. Hij werkt bij de politie van Miami, als bloedspatanalist. Bloed is zijn leven. Hij is een rare snuiter, heeft moeite met het aangaan van relaties en het uiten van zijn emoties. Hij heeft een zus, Deb, die ook bij de politie werkt en na een geboekt succesje bij de afdeling Moordzaken wordt gestationeerd.
Zorgvuldig worden de karakters neergezet en de verhaallijn ontvouwd. Prachtig camerawerk, scherpe en humoristische dialogen, geweldige regie en acteerprestaties, een spannende plot. Dexter heeft het allemaal. De acteurs zijn geen van allen aantrekkelijk (in de Amerikaanse Hollywoodtraditie) te noemen. Sterker nog, Deb is met haar kluskin zelfs een beetje lelijk. Toch ga je van alle acteurs houden, vanwege hun spel, hun interactie en de zich langzaam ontwikkelende plot. (Het helpt ook dat je op elf opeenvolgende dagen kijkt.) In de laatste aflevering vallen alle puzzelstukjes op hun plaats, zoals het hoort bij een echt goede thriller. Er is geen oeverloze uitleg nodig, zoals bij bijvoorbeeld afleveringen van Inspector Morse of bij de boeken van Harry Potter.

Wat een verschil met treurige programma’s zoals ‘Boer zoekt vrouw’, de platheid van Paul de Leeuw en sensatietelevisie als Gordon Ramsey’s keukenhel, waar je in de reclameblokken mee doodgegooid wordt. Wanneer stopt de overvloed van dit soort platvloerse formats? Als je de kijkcijfers moet geloven, komt er helaas nog lang geen einde aan deze droefenis. Was Yvon Jaspers maar gewoon bij Klokhuis gebleven. Toen was ze nog leuk, nu wordt ook zij meegesleurd in de allesoverheersende commercie.

Toch wordt er in Nederland best goede en leuke televisie gemaakt. Programma’s als ‘Familie van der Ploeg’, ‘De Daltons’, ‘Sorry Minister’, Loenatik (hé, allemaal VPRO, wat toevallig), getuigen allemaal van vakmanschap, humor en gevoel voor tekst en beeld. Ook documentaires als ‘De oorlog’ en de serie over de Beagle is mooi televisiewerk. En wat te denken van ‘Oud geld’ en “Pleidooi’. Allemaal vakwerk.

DWDD gaat door de mand vallen, let op mijn woorden. De frisheid van Matthijs van Nieuwkerk is er zo langzamerhand af. Wat gaat overheersen is de irritatie die zijn interrupties oproepen, zijn gewoonte om gasten nooit uit te laten praten en de ingestudeerde spontaniteit als hij met zijn tafelheer of -dame de dag doorneemt. ‘Aan tafel!’ De oneindige rondedans van de BN’ers die elkaar allemaal de kin kietelen, met Jan Mulder als ongekroonde koning van de afzeikcultuur.

Terug naar Dexter. Dexter heeft in zijn jeugd een traumatische ervaring opgedaan. Die ervaring is uiteraard van grote invloed op zijn functioneren. Hij heeft een geheim, maar heeft geleerd om op een ‘positieve’ manier met z’n geheim om te gaan: alleen de bad guys worden slachtoffer van zijn praktijken en dan alleen nog na inachtneming van een strenge code. (Wees gerust, in de loop van de afleveringen wordt alles duidelijk).

Al associërend (zie het blog van gisteren) kom ik uit bij de vraag welk trauma bij Geert Wilders een rol speelt. Wat is de diepliggende oorzaak van de Gilles-de-la-Tourettepolitiek die hij bedrijft? Was hij vroeger het slachtoffer van pesters? Heeft zijn moslimavriendinnetje de verkering uitgemaakt toen hij zestien was? Gebroken gezin? En Zalm? Zou hij als klein jongetje te weinig zakgeld gehad hebben, dat hij zich nu manifesteert als grote graaier? Bush? Is helemaal een interessant geval voor psychiaters. Mijn fantasie schiet gewoonweg tekort om me een voorstelling te maken van de krochten van zijn ziel. De wereld draait inderdaad door, de mensen die het voor het zeggen hebben worden steeds gekker. Met hen vergeleken is Dexter een lieverdje.

http://weblogs.vpro.nl/dexter/

Huttentut

huttentutIk zal vast niet de enige zijn geweest die wat verbaasd zat te kijken bij het lezen van het artikel over de huttentutolie. Je denkt bij een dergelijk woord al gauw dat de schrijver de zaak niet helemaal serieus neemt. Aanvankelijk dacht ik dat er ‘huppelkut’ stond, ook schoot het woord ‘hufflepuff’ (Harry Potter) voorbij. Blijkbaar ga je bij het lezen of horen van onbekende woorden in je brein eerst in het laatje zoeken waar soortgelijke woorden zijn opgeslagen. Putlucht, luchtbrug en bultrug liggen geduldig te wachten op een nieuwe soortgenoot. Welkom huttentut. Even labelen, anders ben je zo weer kwijt wat het betekent en waar het mee te maken heeft: energiebesparing, KLM, biobrandstof, rijmwoord.

Pas als ik in de oude flora van mijn vader (ja, pap, ík heb hem, mocht je er tevergeefs naar zoeken) opzoek of huttentut inderdaad bestaat, zijn mijn twijfels verdwenen. Het plantje is lid van de kruisbloemenfamilie, waarvan o.a. bloemkool, boerenkool, spruitjes, witte kool ook deel uitmaken. Ook koolzaad behoort tot de kruisbloemigen. Je zou zeggen dat we in Nederland voldoende koolzaad hebben om een fatsoenlijke hoeveelheid biobrandstof te maken. Huttentut behoort zelfs tot een van Nederlands oudste cultuurgewassen. Het stond in ieder geval al vermeld in het eerste Woordenboek der Nederlandsche Taal, en dat is een hele tijd geleden. Toen vlogen er in ieder geval nog geen vliegtuigen rond.

Het is een lief plantje om te zien. Het doet me een beetje denken aan het herdertasje. En dat doet me weer denken aan het herbarium dat ik moest maken voor mijn biologieleraar op de PA. En dat doet me weer denken aan een van de leraressen die daar rondliep, mevrouw Westgeest heette ze, een leuk huppeltutje. Tsjonge, wat is associëren toch een geinig spelletje.

http://www.volkskrant.nl/economie/article1319804.ece/Klimaatvriendelijk_vliegen_op_huttentut

Gezinsuitbreiding

gezinsuitbreidingJe zou zeggen dat de wetenschap nu wel zo ver gevorderd is dat er alleen nog maar relatief kleine stapjes gezet worden, maar niets is minder waar. Census of Marine Life heeft in de diepzeeën 17.000 nieuwe diersoorten ontdekt (en ‘still counting’). Hoe ze tot dat aantal gekomen zijn, is me een raadsel, maar als deze getallen kloppen, dan zou Darwin, als hij voldoende ruimte had, een vreugdedansje in zijn graf maken.

De implicaties die deze ontdekking heeft, zijn onvoorstelbaar. Nu is 17.000 vergeleken met de geschatte dertien en een half miljoen dieren (waarvan het merendeel zich insect mag noemen) natuurlijk peanuts, maar als je het op kleinere schaal bekijkt, is het misschien wel enigszins voor te stellen, wat voor gevolgen deze uitbreiding van de zeefauna heeft.

Neem een gezin, vader, moeder, twee kinderen. Iedereen happy en op z’n plek. Vol spanning afwachtend wanneer zwangere moeder een nieuw broertje of zusje op de wereld zet. Blijkt ze ineens een zesling te werpen. Die moeten allemaal een naam hebben! De eerste twee namen hebben al heel wat hoofdbrekens gekost en familieruzies opgeleverd. Nu moeten er zes(!) nieuwe namen, en het liefst zo uniek mogelijk, worden verzonnen.

Nu de nieuw ontdekte dieren. Ze zien er niet uit, zoals we gewend zijn dat dieren eruit zien. De benaming ‘zeemonsters’ dekt de lading een beetje, maar is niet bijster origineel. Woorden schieten letterlijk tekort. Ik zie het al helemaal voor me. Zoals de straatnamencommissie van Almere zich buigt over de namen van een nieuw aangelegde wijk, komt er een groep van wijze mannen en vrouwen (zeebiologen, taalkundigen, politici, filosofen) bij elkaar om deze 17.000 dieren een naam te geven. Laten we voor het gemak de Nederlandse taal als uitgangspunt nemen. De namen die we hebben, voldoen niet; er moeten nieuwe worden bedacht. “He, deze lijkt een beetje op een kwal, maar ook wel op een slang. Hopla, dat wordt de kwang.” (Gelijk een rode zigzaglijn, mijn tekstverwerker herkent dit woord niet! Prima!)
“Deze krabachtige lijkt een beetje op een spons. Vooruit dan maar: een krons.” De lijst met onzinwoorden van Klepel (een test voor technisch lezen die op basisscholen wordt gebruikt) wordt erbij gehaald. Die wordt in een klap onbruikbaar, want de onzinwoorden krijgen allemaal een betekenis. Uiteraard schiet die lijst ook tekort. De fantasie moet op hol slaan: titibu, kluf, ranseel, bocassi, plonk. De alcohol vloeit gestaag en de nieuwe diersoorten krijgen alsmaar mooiere en diepzinniger namen, die precies passen bij hun verborgen leven in de diepzee.

Of zou de ontdekking van de nieuwe diersoorten in scène zijn gezet om de werkgelegenheid in deze tijd van crisis een handje te helpen, zoals ook sommige mensen beweren dat de maanlanding van 1969 bedacht is om de subsidies voor het ruimtevaartonderzoek veilig te stellen?
Oordeel zelf: http://www.rnw.nl

Nutteloze informatie

bateau_matisse02 bateau_matisse01
Als je googelt en de term ‘nutteloze informatie’ intikt, krijg je meer dan 27.000 hits (en dat zijn alleen nog maar Nederlandstalige sites). Dat er veel onzinnigs op het internet staat, is natuurlijk bekend, maar dat er daadwerkelijk zoveel mensen zijn die er een sport van maken om die nutteloze informatie te verzamelen, is op z’n minst opmerkelijk te noemen (en tegelijkertijd een nieuwe bijdrage aan de verzameling). Je vraagt je af, waar ze de tijd vandaan halen en of ze niets anders te doen hebben. Een uitvloeisel van dit verschijnsel is dat de mensen die die onzin allemaal lezen op hun beurt tijd kwijt zijn, niet alleen aan het lezen zelf, maar ook nog eens aan het bezoeken van de websites die aan de nutteloze informatie gekoppeld zijn. Binnen de kortste keren klikken zit je ineens op de meest ranzige sites die je je kunt voorstellen – sites die ook weer gemaakt zijn door mensen die niks beters te doen hebben. Zo gaat de maatschappij snel naar de kloten, daar moesten ze in Den Haag eens iets aan doen! Wordt er nog gewerkt, dames en heren?!

Even voor de goede orde: mijn werktijd begint pas over een paar minuten, dus ik heb nog even.

Toch – ik kan het niet laten – een voorbeeld dat ik heb gevonden:
Het Museum of Modern Art in New York hangt “Le Bateau” van de schilder Matisse 47 dagen ondersteboven. Pas dan merkt een student de fout op. Aan de lezer om te beoordelen welke van de twee bovenstaande afbeeldingen correct is. Maar niet in de baas zijn tijd, denk erom.
http://www.guidothys.nl

Kantelpunten

kantelpuntenZondagmorgen, vaste prik: Vroege Vogels op de radio. Bewonderenswaardig, zoveel interessante onderwerpen er iedere week weer aan de orde worden gesteld. Dit keer onder andere een gesprek met Marten Scheffer, die dit jaar de Spinozapremie heeft gekregen voor zijn werk aan de ‘stabiliteit van complexe systemen’. Dit uiteraard in verband met de dreigende klimaatveranderingen. ‘Vergelijk het met een bootje waar een steeds hogere stapel spullen op het dek wordt geladen. Het evenwicht wordt ongemerkt fragieler totdat een laatste kleine verstoring het geheel kan doen kantelen’, met alle gevolgen van dien. Terugkeren naar de toestand van voor het kantelpunt is vaak moeilijk of zelfs onmogelijk.
In veel gevallen komt de omslag relatief onverwacht en is die ongewenst, maar het tegendeel kan ook waar zijn. Kantelpunten kunnen bewust gecreëerd worden, juist om uit een negatieve spiraal te komen. Razend interessant en belangwekkend allemaal.

Op mooie dagen zie ik het leven als ‘een aaneenschakeling van hoogtepunten’. Eigenlijk is het meer een aaneenschakeling van kantelpunten. Het moment dat je kiest voor een carrière, een partner, kinderen. Maar ook het moment dat de weegschaal aangeeft dat je meer dan 100 kilo weegt of dat je ontdekt dat het lijf een intensieve pot voetballen op zaterdagmiddag niet meer kan hebben (in mijn geval geldt alleen het tweede voorbeeld).

Drie maanden geleden kwam er in ons leven ineens een kentering. Hond Joep had onverwacht zijn definitieve kantelpunt bereikt. Vandaag krijgen wij hond Banjer van de buren onder onze hoede. Wie weet helpt die ons weer een beetje de goede kant op te kantelen.

Voor meer informatie:
http://press.princeton.edu/titles/8950.html

Bekijk ook de site van Vroege Vogels: http://vroegevogels.vara.nl/

Een nieuw initiatief (deel 2)

weblogHet opzetten van een weblog is eenvoudig, maar het zinvol vullen van een weblog is een stuk minder simpel. Er wordt al meer dan genoeg hersenloos heen en weer gekwaakt op het internet, dus wat voor een wezenlijke bijdrage kan ik leveren? En hoe lang houd ik het bijhouden van een weblog vol, zonder daar uiteindelijk ook de nutteloosheid van in te zien? Het is natuurlijk aardig als mensen die ik ken een beetje op de hoogte blijven van mijn reilen en zeilen, maar het aantrekkelijk is er gauw af, als ik niets wezenlijks heb te melden.

Een onderwerp dus.
Een rubriek in De Volkskrant bracht me op een idee. Naast de dagelijkse sudoku staat een klein kadertje met een kort omschreven tip voor een interessante website of weblog. Afgelopen dinsdag (17 november) bijvoorbeeld: http://www.top50vandejarennul.nl/ een website waar je mag meedenken over trends, voorwerpen en personen die bepalend zijn geweest in het afgelopen decennium. Een aardig initiatief, dat vast en zeker reacties zal uitlokken.

Mijn voornemen:
Elke dag (of in ieder geval zo vaak mogelijk) een website melden die de moeite van het bezoeken waard is. Volkomen subjectief, maar ik schaam me niet voor m’n mening en m’n smaak. Alles kan aan bod komen: kunst en cultuur, muziek, film, humor, onderwijs en wetenschap, politiek, literatuur, culinaire wetenswaardigheden. Suggesties en reacties zijn uiteraard welkom. Hoe breder het aanbod, hoe meer mensen ervan mee kunnen genieten.

Naast het uitvoeren van dit voornemen wil ik ook regelmatig iets persoonlijks toevoegen aan dit blog: een foto, een anekdote, een verhaal, een ervaring die de moeite om te delen waard is.
Nummer 1: Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik een groot bewonderaar van de muziek van Frank Zappa ben. Ik heb erg genoten van het volgende geweldig grappige filmpje op YouTube: een 22-jarige Frank Zappa speelt ‘fiets’:

Veel plezier ermee.


Vandaag, 20-11-2009, een blog gestart. Je moet tenslotte alles in het werk stellen om je netwerk te vergroten.
Ben druk aan het studeren: html, css, php, mysql, actionscript. Vroeger was je een wereldburger als je je talen sprak, tegenwoordig als je je programmeertalen beheerst. Langzamerhand begin ik de codes te herkennen en leer ik ze te interpreteren.

Sinds kort een soort samenwerkingsverband aangegaan met een programmeur. Dat breidt de mogelijkheden aanzienlijk uit. Ik hoef nu in principe geen nee meer te verkopen aan mensen die een cms (Content Management Systeem) willen hebben.
Ben erg trots op de meest recente websites die ik gebouwd heb:
www.dickpasmannatuurfotografie.nl/ en www.marijschrijen.nl/

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.